Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aviateur - (vlieger)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aviateur [vlieger] {1901-1925} < frans aviateur, gevormd naar aviation, dat door G. de la Landelle, in zijn boek Aviation ou Navigation Aérienne (1863), gemaakt is van latijn avis [vogel].

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

vliegtuig [toestel voor het vervoer door de lucht] (1909). In 1909 vindt de eerste vlucht van een vliegtuig plaats boven Nederlands grondgebied. Het vliegverkeer gaf in deze periode aanleiding tot allerlei nieuwe woorden, zoals aviatiek, aviateur, aëroplaan, eendekker, tweedekker, luchtvaart, vliegtuig, vliegmachine, vliegtoestel en vliegenier.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aviateur vlieger 1910 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal