Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

autowegenvignet - (sticker die toegang verleent tot het autowegennet)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

auto(wegen)vignet, strookje dat toegang verleent tot het autowegennet, en dat tevens als betalingsbewijs van de daarvoor verschuldigde belasting geldt. De Belgische regering wilde het vignet al in 1973 invoeren tijdens de eerste oliecrisis. In 1979 werd een hernieuwd voorstel van Wilfried Martens opnieuw oner protest afgewimpeld. Ook in 1987, toen de minister van Financiën het vignet definitief wilde invoeren, klonken er protesten. Ook in Nederland deed het idee opgeld om een autovignet in te voeren tijdens de ochtendspits, het spitsvignet*.

Oostenrijk krijgt de autovignetten niet aangesleept. Daarom zal de politie tot 7 januari geen bekeuring opleggen aan buitenlandse automobilisten die zonder vignet rondrijden. (De Morgen, 03/01/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal