Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

auteur - (schrijver)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

auteur zn. ‘schrijver’
Mnl. auctore ‘schrijver’ [1287; CG II, Nat.Bl.D], auctoer [ca. 1300; MNW], auctoors (genitief). In het Vroegnieuwnederlands komt naast de betekenis ‘schrijver’ ook ‘aanstichter, schepper, dader’ voor: autheur ‘aanstichter’ [1549; MNHWS], authoer ‘schrijver’ [1552; WNT Supp.], authuer ‘maker’ [1553; Mussem], autoor, auteur ‘schepper’ [1560; WNT Supp.], aucteur “vinder, werckman, Die eenich dinc erste maect oft vint” [1562; Kil.], autheur ‘schrijver’ [1574; WNT Supp.], autoren (mv.) ‘schrijvers’ [1582; WNT Supp.].
De oude vormen zijn, al dan niet via Oudfrans auctor [12e eeuw], ontleend aan Latijn auctor ‘ontwerper, schepper, woordvoerder, zegsman’, gevormd uit de stam van het werkwoord augēre ‘vermeerderen, doen groeien, verrijken’ (verwant met → wassen 2 ‘groeien’) met het achtervoegsel -tor voor nomina agentis: *aug-tor (waarbij ook → autoriteit). Latere vormen staan voortdurend onder invloed van de Franse ontwikkeling: de assimilatie van -ct- tot -t-, de vervanging van -or door -eur, en, niet blijvend, de Middelfranse spellingvariant -th- (die echter in het Engelse author wel is beklijfd en daar uiteindelijk voor een uitspraakwijziging heeft gezorgd).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

auteur [schepper, schrijver] {authoer 1552} < frans auteur < latijn auctor [ontwerper, schepper, woordvoerder, zegsman], van augēre (verl. deelw. auctum) [doen groeien, verrijken, vermeerderen]. In het middelnl. kwam voor de vorm auctoor {1287}, die direct aan het lat. was ontleend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

auteur ‘schepper, schrijver’ -> Indonesisch auteur ‘schepper, schrijver’; Negerhollands autor ‘schepper, schrijver’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

auteur schepper, schrijver 1552 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal