Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

auditeur - (openbare aanklager bij een militaire rechtbank)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

auditeur zn. ‘openbare aanklager bij een militaire rechtbank’
Mnl. auditeur ‘rechterlijke ambtenaar’ [1481; MNHWS]. Nu nog vooral in twee specifieke samenstellingen: auditeur-generaal ‘openbare aanklager bij het krijgshof te Brussel’, vroegst geattesteerd als Auditeur Generael [1622; WNT Supp.]; en auditeur-militair ‘openbare aanklager bij een militaire rechtbank in Nederland’, het vroegst geattesteerd in de vorm Auditeurs Militair (mv.) [1600; WNT]. Alleen in de 16e eeuw ook nog wel in de algemene betekenis ‘toehoorder (bij preken, toneelvoorstellingen e.d.)’ [1553; Werve].
Ontleend aan Frans auditeur ‘toehoorder’ < Latijn audītor, nomen agentis bij het werkwoord audīre ‘horen, luisteren naar’, zie → audio-.
Oorspr. was een auditeur bij het gerecht iemand die toehoorde en dan zijn conclusies trok, zoals bijv. in het citaat Auditeurs zijn die gene die gecommitteert zijn om partijen te hooren op eenige acten, ende die te decideren [1573; WNT Supp.]. In 1592 [WNT Supp.] wordt al gezegd dat zij de functie van de rechter kunnen overnemen. Ook bij krijgsraden was de auditeur de man die de stukken controleerde en het vonnis opmaakte [1769; WNT Supp.]. Als officiële-functienaam is de auditeur verdwenen, behalve in de twee genoemde samenstellingen auditeur-generaal (BN) en auditeur-militair (NN). De algemene betekenis ‘toehoorder’ is al sinds de 16e eeuw overgegaan op de Latijnse variant auditor, waarvoor zie → auditorium.

EWN: auditeur zn. 'openbare aanklager bij een militaire rechtbank'; de samenstellingen auditeur-generaal (1622) en auditeur-militair (1600*)
ANTEDATERING: auditeur generael [1588-1600; Hermelghem 2, 38]; Auditeur Militair [1690; E.Mercurius 1, 2, 118]
{* De door het EWN gegeven datering uit het WNT van Auditeur militair (1600) is in het WNT inmiddels gewijzigd in 1770.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

auditeur [ambtenaar bij krijgsraden] {1481 in de betekenis ‘rechterlijk ambtenaar’} < frans auditeur < latijn auditor [hoorder, luisteraar], van audire (verl. deelw. auditum) [horen] (vgl. auditor).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

ouditeur s.nw.
Persoon wat finansiële state nagaan om die korrektheid daarvan te bepaal.
Uit verouderde Ndl. auditeur (al Mnl.).
Ndl. auditeur uit Fr. auditeur uit Latyn auditor 'hoorder, luisteraar', met lg. van auditum, die verlede dw. van audire 'hoor, verhoor, luister na', so genoem omdat daar vroeër mondelings bewys gelewer is van rekeninge.
Eng. auditor.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

auditeur (Frans auditeur)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal