Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

audit - (Controle van project- of bedrijfsorganisatie)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

oudit s.nw.
1. Deeglike ondersoek na die akkuraatheid van rekeninge, balansstate of ander finansiële rekords deur 'n ouditeur. 2. Deeglike kontrole oor of ondersoek na iets, dikw. nie finansieel van aard nie.
Uit Eng. audit (1435 in bet. 1, 1598 in bet. 2).
Fr. audit.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

marketing audit zn. Ontleend aan het Engels.
Ontvangen suggesties voor Nederlandse benamingen: marktkundige doorlichting

audit zn. Ontleend aan het Engels.
[fin.] = inspectie, controle, bedrijfsdoorlichting, toetsing. Een doorlichting bracht geen misstanden aan het licht.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal