Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

atmosfeer - (dampkring; omgevingslucht; sfeer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

atmosfeer zn. ‘dampkring; omgevingslucht; sfeer’
Nnl. atmospheer ‘lucht binnen de dampkring, omgevingslucht’ [1789; WNT Supp.], ‘dampkring’ [1824; Weiland], ‘omgeving, sfeer’ [1861; WNT Supp.], ‘eenheid van gasdruk (gelijk aan de gemiddelde druk van de dampkring op zeeniveau)’ [1864; WNT Supp.]. Eerder alleen als kunstwoord bij Meijer: athmosphaera “dampghewest” [1663].
In de etymologische basisbetekenis moest het Neolatijnse woord atmosphæra concurreren met dampgewest en de leenvertaling dampkring [17e resp. 18e eeuw; WNT]. Pas in de secundaire betekenissen werd atmospheer gebruikelijker, en het kan in die zin dus beschouwd worden als een ontlening aan Frans atmosphère ‘dampkring’ [1655; Rey], ‘omgevingslucht’ [1759; Rey], ‘sfeer’ [1793; Rey]. De samenstelling is gemaakt op basis van de Griekse woorden atmós ‘stoom, damp’ en sphaĩra ‘bal, globe’, zie → sfeer.

EWN: atmosfeer zn. 'dampkring; omgevingslucht; sfeer' (1789)
ANTEDATERING: dat'er rondom den "Magneet" een "Atmospheer" van "Magnetische" stoffe is [1721; Weyerman, 340]
Later: Frankrijks politieke atmospheer [1832; Arnhemsche courant (KB) 25/10] (EWN: 1861); eene drukking van hoogstens een achtste "atmospheer" [1833; Noord-Brabander (KB) 22/10] (EWN: 1864)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

atmosfeer [dampkring] {1789} gevormd van grieks atmos [stoom, damp] + sphaira [bal, globe] (vgl. sfeer).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

atmosfeer s.nw.
1. Dampkring om die aarde. 2. Omgewing, sfeer, kring. 3. Druk wat die dampkring uitoefen. 4. Toestand van die lug in 'n bepaalde omgewing. 5. Omgewende invloed of gesteldheid, bv. t.o.v. kuns.
Uit Ndl. atmosfeer (1824 in bet. 1, 1861 in bet. 2, 1864 in bet. 3, 1881 - 1888 in bet. 4, 1904 in bet. 5).
Ndl. atmosfeer uit Fr. atmosphère (1690) uit Griekse samestelling atmos 'damp' en sphaira 'kring'.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Atmosfeer (< Gr. ἀτμός (atmos) = damp, + → sfeer). Dampkring. Bolvormig omhulsel van gas rondom de aardbol of rondom een of ander hemellichaam.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Atmosfeer (< Gr. ἀτμός (atmós) = damp, +sfeer = bol; lett. dampbol). Bolvormig omhulsel van gas rondom den aardbol of rondom een ander hemellichaam.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

atmosfeer ‘dampkring’ -> Indonesisch atmosfir ‘dampkring’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

atmosfeer dampkring 1789 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal