Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

astraal - (de sterren betreffend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

astraal bn. ‘de sterren betreffend’
Nnl. De Astrale Roede ... Dreigd van den Hoogen Heemel af [1710; WNT opheffen], astraal of astralisch ‘de sterren betreffend; stervormig’ [1863; Kramers] en verder in de samenstellingen astraal-geesten “wezens, die, naar het volksgeloof der Middeleeuwen, tot de sterrenwereld behooren”, astraal-lamp “sterre- of glanslamp, de verbeterde Arganische lamp” [1863; Kramers].
Ontleend aan Frans astral [1533] < Latijn astrālis ‘met betrekking tot de sterren’ bij het zn. astrum ‘ster’, zie → ster.
Als term in het occultisme wordt astraal sinds het einde van de 19e eeuw gebruikt in de betekenis ‘behorende tot de sfeer die beschouwd wordt als draagster van geestelijke manifestaties buiten het lichaam’. In deze betekenis komt het vooral voor in samenstellingen als astraallichaam “volgens de occultisten het onstoffelijk deel van den mensch, wat sommigen zelfstandig en buiten zich kunnen laten werken” [1899; Woordenschat], “Astraal ... lichaam is het door Paracelsus en andere occultisten aangenomen half-geestelijk, zinnelijk onwaarneembaar omhulsel der ziel, door den levensgeest gevormd en zelf het lichaam bepalend” (Oosthoek) en astraalgeest “het middelste gedeelte van den mensch, in de onderstelling, dat hij uit ziel, geest en ligchaam bestaat” [1824; Weiland], astrale geesten “de geesten der sterren. Volgens de godenleer der Perzen, Grieken, Joden, enz. had elke ster haar bijzonderen geest. Paracelsus beweerde, dat ieder mensch zijn ster had, die hem bij zijn dood opnam en hem bewaarde tot den dag der groote verrijzenis” [1899; Woordenschat].
Lit.: Oosthoek's geïllustreerde encyclopaedie, Utrecht 21925

EWN: astraal bn. 'de sterren betreffend' (1710)
ANTEDATERING: d'Astrale geest 'de sterrengeest (?)' [1708; Luiken, 275]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

astraal [m.b.t. de sterren] {ca. 1710} < latijn astralis [idem], van astrum [ster] < grieks astron, astèr [ster] + -alis dat bn. vormt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

astraal ‘met betrekking tot de sterren’ -> Indonesisch astral ‘met betrekking tot de sterren’; Madoerees kastrol ‘met betrekking tot de sterren; astraallamp, sterrenlamp’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

astraal m.b.t. de sterren 1710 [WNT opheffen] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal