Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aristolochia - (pijpbloem)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aristolochia [pijpbloem] {1608} < latijn aristolochia < grieks aristolochia, van aristos [beste], verwant met aretè [deugd] + locheia, lochos [bevalling], van lechein [doen liggen]; de plant werd gebruikt om de nageboorte uit te drijven.

Thematische woordenboeken

C.A. Backer (1936), Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen

Aristolóchia L. [C. Linnaeus], - van Gr. aristos, zeer goed; lochĭa, baring, geboorte: plant, welke een voorspoedige bevalling bevordert. Een Aristolochĭa-soort werd vroeger aangewend als middel ter uitdrijving der nageboorte en tot bevordering der kraamzuivering.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal