Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

argusfazant - (hoenderachtige vogel met fraaie veren)

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

fazant (13de eeuw, uit het Frans) hoenderachtige vogel met fraaie veren

Ten oosten van de Zwarte Zee, ingeklemd tussen de Grote en de Kleine Kaukasus, ligt Georgië. Een van de rivieren die er van de bergen naar beneden komen is de Rioni, die nabij de stad Poti uitmondt in de Zwarte Zee.
De oude Grieken kenden deze streek als Colchis, en de Rioni als de Phasis. Het gebied lag aan de rand van de hun bekende wereld. De Grieken hadden er al in de 6de eeuw v.Chr. een handelsnederzetting, maar over de tijd daarvoor deden de wildste verhalen de ronde. Letterlijk legendarisch was bijvoorbeeld de tocht van de Argonauten, die er onder leiding van Jason op uit waren getrokken om het Gulden Vlies te bemachtigen. Dat was een gouden ramsvacht, die in de bossen van Colchis door een vuurspuwend monster werd bewaakt. Met hulp van de plaatselijke tovenares Medea, die verliefd werd op Jason, konden de Argonauten zich met de begeerde buit uit de voeten maken. Het verhaal gaat dat zij behalve het Gulden Vlies ook een exotische vogel met een buitengewoon fraai verenkleed meenamen. Voor de Grieken was dat een ‘Phasiaanse’ vogel — een phasianos. In het Latijn werd dat phasianus.
Of de introductie van de fazant in de klassieke wereld werkelijk te danken is aan de Argonauten, valt te betwijfelen. Zeker is wel dat de vogel in de Kaukasus nog altijd inheems is en dat hij in Griekenland en bij de Romeinen algemeen bekend was. Via de Romeinen is de fazant al in de vroege middeleeuwen in Midden- en West-Europa terechtgekomen. Phasianus werd in de middeleeuwen in het Frans tot faisant, later faisan. Het Nederlands heeft het woord weer aan het Frans ontleend. In het Middelnederlands was de vorm fasaen gangbaar. Ook de vermoedelijk rechtstreeks door het Latijn beïnvloede vorm phasiaan kwam wel voor.
De gewone fazant, die dus al meer dan tweeduizend jaar in Europa rondwandelt en ook wel, maar minder enthousiast, rondvliegt, draagt de officiële soortnaam Phasianus colchicus — een duidelijke verwijzing naar zijn gebied van herkomst. De soort omvat enige tientallen ondersoorten, die onderling gemakkelijk te kruisen zijn. Zo is de bekende witte ring rond de hals van de fazant pas in de 19de eeuw hier geïntroduceerd, door kruising met een uit China afkomstige ondersoort. De spectaculaire goudfazant, vroeger goudlakensche fazant geheten, is eveneens afkomstig uit China. Een opvallende soort is verder de argusfazant uit de Indonesische archipel, die inclusief staart wel twee meter lang kan worden. Een patroon van tientallen ogen siert zijn veren.
Fazanten werden vroeger veelvuldig gefokt in zogenaamde fazan(t)erieën en vervolgens vrijgelaten ten behoeve van de jacht. In het wild werden ze bijgevoerd om de stand op peil te houden. Een geschoten fazant gaat in de pot, want hij smaakt uitstekend. De culinaire gewoonte om wild adellijk te laten worden, dat wil zeggen het te laten liggen tot het bijna begint te rotten, wordt van oudsher op fazantevlees toegepast. In het Frans noemt men zelfs het adellijk laten worden van àlle wildsoorten faisander.
De fazant voelt zich in de Nederlandse bossen en duinen thuis en is er verre van zeldzaam. Toch blijft hij in de ogen van sommige vogelkenners een uitheemse parvenu.

Engels pheasant (1299 fesaund); Duits Fasan; Frans faisan (1170 faisant).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal