Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

arak - (brandewijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

arak zn. ‘brandewijn’
Vnnl. vraca ‘id.’ (drukfout?) [1596; Delattre 1943, 37], aracq [1617; WNT Supp.].
Via het Maleis ontleend aan Portugees ar(r)aca ‘brandewijn uit rijst, rietsuiker en kokosnotensap’ [1514; Delattre 1943, 37], dat teruggaat op Arabisch araq at-tamr ‘zweet (= gegist sap) van de dadels’.
In de Indische talen heeft het woord de algemene betekenis gekregen van ‘sterke drank’. Meestal wordt die uit rijst bereid. Hetzelfde Arabische woord is via het Turks ontleend als → raki.
Lit.: Philippa 1991

EWN: arak zn. ‘brandewijn’; de vorm a(r)rak (1617)
ANTEDATERING: arrack 'zekere sterke drank' [1614; iWNT water]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

arak [rijstbrandewijn] {1617} < maleis arak < arabisch ʽaraq [zweet], vgl. het ww. ʽariqa [hij transpireerde]; oorspronkelijk was de benaming ʽaraq at tamr, (at [van de], tamr [dadel]) dus: het vocht dat de dadel bij het distilleren als het ware uitzweet, de basis voor de palmwijn; later werd het woord een aanduiding voor uiteenlopende typen sterkedrank, ook brandewijn (vgl. bernage).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

arak znw. m., sedert de 17de eeuw < nfra. arack, evenals nhd. arrak, ne. arrack, rack < spa. arac of port. araque, araca, eig. de naam van een sterke drank, die in Oost-Indië uit rijst, suiker en kokosnoten bereid werd. Het woord is overgenomen uit arab. ‘araḳ at-tamr ‘zweet van de dadels’ (‘araḳ = ‘zweet’), dan ‘een alkoholische drank uit dadelsap bereid’ (Lokotsch Nr. 92).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

arak v., gelijk Fr. arack en Eng. (ar)rack, over Sp.-Port. araque, uit Ar. arak = zweet, nl. der dadels.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

arak s.nw.
Sterk Oosterse drank in Indië gestook van melasse van suikerriet, rys en palmsap.
Uit Ndl. arak (1598). Reeds by Van Riebeeck in die vorm arrackjen (1656), en later in vroeë Afr. in die vorme arak, arrack en arracq. Eerste optekening in Afr. by Leibbrandt (1882).
Ndl. arak uit O.Ind. uit Arabies arak 'sweet' naas arak at-tamr 'sap van dadels'; arak hou verband met areka(palm).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

arak: “Oosterse alkoholiese drank”, ook bek. as rysbrandewyn; Ndl. arak (1617, 1622, 1625 gedok. as arack/aracq o.a. ook by vRieb, ook as arrak), Eng. (ar)rack, Hd. arrak, Sp. arac, Port. araca/araque, Fr. arak/arac, die meeste misk. via Mal. arak uit Arab. arak (eint. arak at-tamr, “sweet van dadels”, later het arak v. “st. drank”).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

arak [sterke drank]. Oorspronkelijk Arabisch ‘araq = zweet, sap, vooral in ‘araq-at-tamr: het (gegiste) sap van de dadel. Nadat het woord in alle mohammedaanse landen ingang gevonden had, is het ook in de Indische landstalen opgenomen met de betekenis van: sterke drank (uit de klapper of rijst gestookt). In deze betekenis is het overgegaan in het Portugees als araca, araque, in het Spaans arac, het Frans arack en het Engels (ar)rack. [P]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

arak (Maleis arak)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Arak
In het klassieke Arab. beduidt ’arak (عرق) eigenlijk zweet, en ’arak at-tamr, het zweet der dadels, is het sap der dadels. Men verkrijgt dit door afkapping van de kroon des booms, en door den top van den stam als een kom uit te hollen; dan ontlast zich het naar boven klimmend sap daarin. Dit vocht is meer malzoet dan honig, en van dikte als een dunne stroop, maar wordt welhaast dik en wrang, en als het overgehaald is, heeft het eene dronkenmakende kracht; zie Shaw, Reizen door Barbarijen, I, p. 221; Richardson, Travels in Morocco, II, p. 208. Dit is de eigenlijke ’arak of ’arakî; maar bij verloop van tijd is dit (wat in onze Woordenboeken niet staat) de algemeene naam geworden, dien de Arabieren aan alle overgehaalde sterke dranken geven; zie Shaw t. a. p. Bij Browne (Nieuwe Reize naar de binnenste gedeelten van Afrika, I, p. 109) leest men: “Nog heeft men in Egypte een anderen drank, Araki genaamd, welken de Christenen uit dadels bereiden, alsmede uit de kleine druiven, welke wij korinthische noemen, en de Egyptenaars van Cerigo haalen” (vgl. p. 114). Diego de Haedo (Topographia e historia general de Argel, Valladolid 1612) schrijft (fol. 17, col. 4, fol. 38, col. 2) arrequi en arrequin, en verklaart dit door agua ardiente; Werne (Reise nach Mandera, p. 78) geeft araki, Branntwein; bij Bocthor vindt men eau-de-vie, ’arak en ’arakî; de laatste vorm staat ook bij Marcel op eau-de-vie en bij Roland de Bussy, L’idiôme d’Alger, p. 161. In Oost-Indië wordt de naam ’arak gegeven aan een sterken drank, die uit gegiste rijst, uit suiker of uit cocosnoten wordt toebereid.
Het woord is niet in de Middeleeuwen tot de Europesche volken gekomen, maar eerst in den tijd toen zij koloniën in de Oost hadden. Bij de Spanjaarden en Italianen, die er daar geene bezaten, vindt men dan ook het woord niet. Dikwijls wordt de a weggelaten; zoo hebben de Engelschen arrack en rack, de Franschen arak en rack (’t laatste schijnt wel eene Engelsche spelling te zijn), de Portugeezen araque of araca (beide verouderd) en rak. Zonderling is het, dat Sousa (p. 72) van het eerste woord de ware etymologie tamelijk goed opgeeft, en het laatste, dat misschien wel door de Engelschen naar Portugal gekomen is, geheel verkeerd afleidt (p. 176) van hârik (عارق), brandend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

arak ‘rijstbrandewijn’ -> Rotinees ala ‘rijstbrandewijn’; Singalees † arrakkon ‘rijstbrandewijn’; Japans † arakizake ‘rijstbrandewijn’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † arrak ‘alcoholische drank op basis van rum’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

arak rijstbrandewijn 1598 [De Jonge II, 40] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal