Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

appliceren - (toepassen]

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

applicatie zn. ‘toepassing’
Vnnl. applicatie ‘het toepassen van een uitwendig geneesmiddel’ [1595; WNT Supp.], ‘toepassing, aanwending’ [1635; WNT Supp.]; nnl. ‘toepassingsprogramma voor de computer’ [1981; Sijs 2001].
Ontleend aan Frans application [1314] < Latijn applicātiō ‘aansluiting’ bij het werkwoord applicāre ‘voegen tegen, aansluiten bij’, gevormd uit → ad- en plicāre ‘vouwen’, verwant met → vlechten. De moderne betekenis van (computer)applicatie is uit het Engels overgenomen, dat het woord application ‘toepassing’ [voor 1398; BDE] zelf weer aan het Frans heeft ontleend.
appliceren ww. ‘toepassen’. Mnl. appliceeren ‘aanwenden, bestemmen’ [1467-90; MNHWS]; vnnl. appliceert (3e pers. ev.) “dat is een woert bi den anderen te voeghen dat bi een dient” [1503; Boutillier], appliceren ‘aanbrengen van uitwendige geneesmiddelen’ [1595; WNT Supp.], ook van het toepassen van een bijbeltekst gezegd [1607; WNT Supp.], ‘toepassen’ [1650; WNT Supp.]. Uit Latijn applicāre. ♦ appliqueren ww. ‘versieren door oplegwerk op te naaien’ [1908; WNT Supp.] is direct ontleend aan Frans appliquer ‘opplakken’ en wordt voornamelijk voor naaldwerk gebruikt. Men ziet echter ook de vorm appliceren in deze betekenis.

EWN: applicatie zn. ‘toepassing’ (1595)
ANTEDATERING: mnl. mine applicacie 'mijn toewijding (??)' [ca. 1460; Pelgrimagie, 51r]
EWN: ♦ appliqueren ww. ‘versieren door oplegwerk op te naaien’ (1908)
ANTEDATERING: Om den Gipsom te appliqueren 'om het gips op te brengen' [1788; Verlichter 2, 88]
Later: geappliqueerde en tulle Voiles [1845; LC 15/7, 4b] (EWN: 1908)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

appliceren [toepassen] {applice(e)ren [aanwenden, bestemmen] 1467-1490} < latijn applicare [voegen tegen, laten aansluiten], van ad [naar … toe] + plicare [samenvouwen] → vlecht.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal