Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aplanaat - (lens zonder vertekening)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aplanaat [lens zonder vertekening] {1901-1925} < hoogduits Aplanat, gevormd van grieks aplanès [niet dwalend, juist], van ontkennend a + planès [ronddwalend], van planè [het ronddwalen, dwaling] (vgl. planeet).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Aplanaat (= Dui. Aplanat; Gr. ἀπλάνητος (aplánêtos) = niet ronddwalend, bestendig; < → a-, + Gr. πλανητóς (planêtós) = ronddwalend; πλανᾶσθαι (planâsthai) = ronddwalen). Lens of lenzenstelsel die (dat) alle punten van een voorwerp scherp afbeeldt, dus geen vertekening geeft; waarbij dus → sferische → aberratie en → coma zijn opgeheven. Men gebruike liever den term: aplanatische lens.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal