Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

apart - (afzonderlijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

apart bn. ‘afzonderlijk’
Vnnl. apart [voor 1513; MNHWS], apa(e)rt [1520; WNT Supp.], elleck apaert [1521; Schepenbr.]; in de betekenis ‘bijzonder, eigenaardig’ pas nnl.: its amparts (een al oude nevenvorm) ‘iets bijzonders’ [1904; WNT Supp.], aparte tinten [1913; WNT Supp.].
Ontleend aan Oudfrans a part ‘id.’ [1160-74; Rey], met het zn. part ‘deel, kant’, zie → part.
apartheid zn. ‘rassenscheiding’. Nnl. apartheid [1956; Koenen]. Ontleend aan Afrikaans apartheid [1929]. Dit woord had in het Nederlands aanvankelijk de betekenis ‘het heel bijzondere, het buitenissig mooie’ [1931; WNT]. In Zuid-Afrika kreeg dit woord, dat aldaar de betekenis had “die toestand van afgeskeie of afgezonderd te wees”, vanaf de jaren 1920 met de ontwikkeling van het denken over rassensegregatie, de betekenis ‘afscheiding op grond van ras’. Na de implementatie van de apartheid als politiek in Zuid-Afrika (1948), ontwikkelde het woord zich tot een internationalisme, en verscheen het in 1956 voor het eerst in de betekenis ‘segregatie op grond van ras’ in een Nederlands woordenboek. De negatieve connotatie van dit Afrikaanse leenwoord verdrong dus de oorspr. Nederlandse betekenis. Het Fries gebruikt in de specifieke betekenis ‘segregatie’ ook het woord apartheid, in de betekenis ‘het apart zijn’ (die uit het Nederlands is verdwenen) apartens.

EWN: ♦ apartheid zn. ‘rassenscheiding’ (1931)
ANTEDATERING: apartheid 'bijzonderheid' [1894; Groene Amsterdammer 28/10]
Later: het beginsel van de apartheid van rassen [1939; Vaderland 7/6] (EWN: 1956)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

apart [afgescheiden] {a(d)part [afzonderlijk] 1498} < frans apart < à part < latijn ad partem, van ad [naar, met betrekking tot] + partem, 4e nv. van pars [deel, gedeelte, kant].

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† apart bijw., sedert Kil., later ook bnw. Dial. ook apārt. Evenals hd. apart (> de. aparte) en eng. apart ontl. aan fr. à part. De veel voorkomende dial. vorm ampart kan opgekomen zijn doordat men het woord ontleedde in an (aan) + part II waarbij uitdr. als aan parten = aan stukken, aan de kant ‘afzonderlijk, apart’ invloed kunnen hebben uitgeoefend. Vgl. echter de m in pampier (zie papier), die in overeenkomstige phonetische positie is ingevoegd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

apaart (bn.) afzonderlijk; Middelnederlands apart <1498> < Frans a part.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

ampart, bn.: afzonderlijk. Met ingevoegde nasaal uit apart.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

apart (Oudfrans apart)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

apart ‘afgescheiden; bijzonder’ -> Negerhollands apart ‘bijzonder’; Berbice-Nederlands apati ‘afgescheiden’; Papiaments apart ‘afgescheiden’; Sranantongo apart, aparti ‘gescheiden; bijzonder’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

apart afgescheiden 1498 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal