Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

antilope - (bepaalde groep van zoogdieren, meestal snel en gehoornd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

antilope zn. ‘bepaalde groep van zoogdieren, meestal snel en gehoornd’
Vnnl. antilop [1622; WNT Supp.]. Daarnaast, tot in de 19e eeuw, ook antelope [1769; WNT Supp.], anteloop [1840; WNT Supp.].
Via Frans antilope [1622; Rey] (de vormen met ante- wrsch. onder invloed van Engels antelope) ontleend aan middeleeuws Latijn ant(h)alopus [1072; OED] < Middelgrieks anthólops. Dit woord werd in het verleden wel geïnterpreteerd als ‘bloem-oog’ (met ánthos ‘bloem’ zoals in → chrysant, en een Griekse stam op- ‘zien’ zoals in → optiek; de -l- blijft dan onverklaarbaar). Het is echter zonder twijfel een oud leenwoord, maar uit welke taal is onbekend.
Vóór de 17e eeuw werd met dit woord en zijn varianten (in het middeleeuws Latijn) een wild, gevaarlijk en moeilijk vangbaar fabeldier aangeduid dat langs de oevers van de Eufraat zou leven. De moderne zoölogische betekenis ter aanduiding van bepaalde Afrikaanse en Aziatische diersoorten ontstaat pas vanaf de tijd van de ontdekkingsreizen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

antilope [een herkauwer, soort hert] {1622} < frans antilope < oudfrans antelop werd in het eng. overgenomen als antelope en later terugontleend met i-uitspraak; oudfrans antelope < middeleeuws latijn ant(h)alopus < grieks (4e eeuw) antholops [een fabeldier], oorspronkelijke taal en betekenis onbekend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

antilope znw. v., nog niet bij Kiliaen < fra. antilope, in de 17de eeuw < ne. antelope < mlat. antalopus < gr. anthólops ‘bloemenoog’, de naam die de Physiologus voor een dier gebruikt, waarvan allerlei fabelachtigs verteld wordt.

antilope [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: fr. antilope komt voor het eerst voor in 1751, en is een ontlening van eng. antelope [1607]. Zie Bloch-v. Wartburg4 [1964].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

antilope znw., nog niet bij Kil. Evenals hd. antilope v., eng. antelope uit fr.-port. antilope, waarvan de oorsprong niet zeker bekend is.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

antiloop: “wild, diere wat tot die Pecora (veral fam. Bovidae) behoort; Ndl. antiloop/antilope (nog nie by Kil nie); nog nie uitgemaak of Ndl. uit Fr. of Eng. en of Eng. uit Fr. of andersom nie; Eng. antelope, Fr. antilope (Ofr. antelop); beweer word dat wd. teruggaan op Ll. ant(h)alopus en Gr. antholops (uit anthos, “blom”, en ōps, “oog”, dus “blomoog”), maar dit is mntl. ’n “geleerde volkset.” (’n contradictio in terminis), want dit hou misk. via Port. anta en Sp. ante (o.a. “buffel”) verb. m. ’n inboorlingt. uit Afrika of S. Amerika.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

antilope (Frans antilope)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

antilope ‘herkauwer’ -> Duits Antilope ‘herkauwer’; Indonesisch antelop ‘herkauwer’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

antilope herkauwer 1622 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal