Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

antarctisch - (bij de zuidpool behorend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

arctisch bn. ‘bij de noordpool behorend’
Nnl. Arctische Polaar-Cirkel ‘Noordpoolcirkel’ [1740; WNT Supp.]. Eerder al de Pole Arctike ‘de Noordpool’ [1612; WNT zeeuwsch].
Via Duits arktisch en Latijn arcticus ‘noordelijk’ ontleend aan Grieks arktikós, afleiding van árktos ‘beer’, metonymisch ook ‘Grote Beer (het sterrenbeeld)’ en daardoor ‘het Noorden’. Hierbij ook het zn. Latijn Arctis ‘gebied om de Noordpool’.
Grieks árktos is verwant met: Latijn ursus; Sanskrit ṛkṣa-; Avestisch arša-; Middeliers art; Hittitisch hartagga-; alle met betekenis ‘beer’. In het Germaans (zie → beer 1), Baltisch en Slavisch zijn voor deze algemeen Indo-Europese benaming van dit dier andere woorden in de plaats gekomen c.q. overgenomen van een voor-Indo-Europese taal.
antarctisch bn. ‘bij de zuidpool behorend’. Nnl. Antarctische Polaar-Cirkel ‘Zuidpoolcirkel’ [1740; WNT Supp.]. Dezelfde herkomstlijn als bij arctisch, maar met toevoeging van het Griekse voorvoegsel → anti- ‘tegen-’.

EWN: arctisch bn. ‘bij de noordpool behorend’ (1612)
ANTEDATERING: eerst: de Polen Arctico ende Antarctico 'de Noordpool en de Zuidpool' [1598; iWNT dompig I]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

antarctisch [zuidpool-] {1740} van < hoogduits antarktisch < latijn antarcticus < grieks antarktikos, anti [tegenovergesteld] + arctisch.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Antarctisch (= Lat. antárcticus; = Gr. ἀνταρκτικός (antarktikos) = tegenover de Grote Beer (→ Arctos) liggend; < ἀντί (anti) = tegenover, + → arctisch). In de buurt van de zuidpool liggend, zuidelijk. Antarctische pool (= Lat. polus antárcticus) = zuidpool. Antarctische cirkel (= Lat. circulus antárcticus) = zuidpoolcirkel.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal