Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

analfabeet - (iemand die niet kan lezen of schrijven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

alfabet zn. ‘gezamenlijke lettertekens’
Mnl. alphabeet [1484; Claes 1994a]; vnnl. alphabet, alfabet ‘alfabetisch register, klapper’ [1599; WNT Supp.].
Ontleend aan middeleeuws Latijn alphabetum < Grieks alphábētos, samengesteld uit de eerste twee letters van het Griekse alfabet álpha en bẽta.
De Grieken hebben het schrift van de Feniciërs in Palestina overgenomen, waar de letters uit tekeningen zijn ontwikkeld. De namen van de letters gaan uiteindelijk terug op de Semitische woorden die bij de afbeelding behoorden, zoals Hebreeuws 'ālef ‘rund, vee’ en bēþ ‘huis’, zie de afzonderlijke trefwoorden → alfa- en → beta-.
alfabetisch bn. ‘op, volgens alfabet’. Nnl. Alphabetische (verbogen vorm) [1717; Marin]. ♦ alfabetiseren ww. ‘alfabetisch rangschikken; leren lezen en schrijven’. Nnl. alphabetiseeren ‘alfabetisch rangschikken’ [1900; WNT Supp.], alfabetiseren ‘leren lezen en schrijven’ [1984; Dale]. Ontleend aan Frans alphabétiser [1853; Rey]. De jonge betekenis is gevormd met het achtervoegsel → -iseren bij het (niet-gangbare) antoniem van analfabeet. ♦ analfabeet zn. ‘ongeletterde’. Nnl. analphabeten (mv.) [1912; Kuipers]. Al dan niet via Duits Analphabet ‘id.’ [ca. 1800; Pfeifer] ontleend aan Latijn analphabetus < Grieks analphábḗtos, gevormd met het voorvoegsel → a- ‘niet, zonder’.
Lit.: Philippa/Quak 1994

EWN: ♦ alfabetisch bn. ‘op, volgens alfabet’ (1717)
ANTEDATERING: een algemeene Alphabetische Naamrolle (' namenlijst') [1700; Boekzaal, 189]
EWN: ♦ alfabetiseren ww. ‘alfabetisch rangschikken; leren lezen en schrijven’ (1900)
ANTEDATERING: eerst de afleiding alphabetisering 'alfabetische ordening' [1864; Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage (KB) 2/8]
Later: het alphabetiseeren ... van den ... woordvoorraad [1894; Handelingen MNL, 11]; ook alfabetisering 'het leren lezen en schrijven' [1965; Zierikzeesche nieuwsbode 9/9] (EWN: 1984)
EWN: ♦ analfabeet zn. ‘ongeletterde’ (1912)
ANTEDATERING: analphabeten [1887; Groene Amsterdammer 5/6]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

analfabeet: dom persoon. Eigenlijk: iemand die niet kan lezen of schrijven; ongeletterde. De computerindustrie kent de digibeet*. Gediplomeerde analfabeet is een vergrotende trap. Dit scheldwoord wordt vaak in de mond gelegd van kapitein Haddock, een populaire figuur uit de Kuifje-stripverhalen.

Heidaar, jij analphabeet, Schrijf op, voor ik het vergeet! (Cornelis Veth, Wissewas. Burleske comedie in vier bedrijven, 1918)
Stuk analfabeet! Ik bedoel: misschien is deze zaak ons geld waard!!! (M. Remacle, Ouwe Niek en Zwartbaard. Zwartbaard als waard, 1971)
Ruud Lubbers ga je rascistische kankermuil wassen, bleke analfabeet, een beetje andermans werk quoten, voor je eigen teksten kijk ie zeker ook in de Libelle van je moeder. (website volkomenkut.com, 06/03/2004)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal