Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amulet - (talisman)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

amulet zn. ‘talisman’
Vnnl. in de gelatiniseerde vorm amuletum ‘om de hals hangend geneesmiddel’ [1669; Claes 1994a]; nnl. amulet “Halsdragt, is een zoort van geneesmiddel, dat men aan den hals hangt om zekere ziekten ... te geneezen of voor te koomen” [1778; Chomel]. Eerder alleen als kunstwoord amuletum “an den hals hangend gheneesmiddel” [1669; Meijer].
Via Middelfrans amulete [1558; Rey] (Nieuwfrans amulette) ontleend aan Latijn amūlētum ‘amulet, talisman’, dat al bij Plinius (23-79 na Chr.) voorkomt. De verdere herkomst is onbekend. Door pseudo-etymologie werd dit gezien als een variant van Latijn āmōlīmentum, dat bij het werkwoord āmōlīrī ‘afweren, verdrijven (van boze geesten)’ zou behoren. Vandaar dat amuletten ook als afweer tegen boze geesten werden gebruikt. Ook herkomst uit het Arabisch is overwogen: Arabisch ḥamā'il ‘draagband’ of Arabisch ḥamal ‘lam’, een woord dat bij de Kopten ook voor de hostie werd gebruikt. Aangezien Plinius het woord al in de betekenis ‘amulet’ kent, lijkt overname uit het Arabisch niet wrsch.
Lit.: R. Wünsch (1910) ‘Amuletum’, in: Glotta 2, 219-230; Philippa 1991

EWN: amulet zn. ‘talisman’ (1669)
ANTEDATERING: alle Periapta ('amuletten'), en Amuleta der Griecken [1660; Van Helmont, 393]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amulet [talisman] {amuletum 1669} < frans amulette (middeleeuws latijn amula [olieflesje], arabisch ḥamal [lam, onder koptische christenen: (ongeconsacreerde) hostie]) < latijn amuletum [talisman], van amulum [stijfsel, zetmeel], waarbij een volksetymologisch verband werd gelegd met amoliri [afwenden, verwijderen], bv. invidiam crimenque ab aliquo amoliri [afgunst en nijd van iem. afwenden].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

amulet znw. v., eerst nnl., evenals hd. amulett < fra. amulette (sedert 1600) < lat. amulētum ‘meelpap, spijs’, maar onder volksetymologische invloed van āmōlīrī ‘afwenden’ kreeg het de betekenis van ‘afweermiddel tegen onheil’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

amulet znw., eerst nnl. Evenals hd. amulett o. (via fr. amulette?) uit lat. amulȇtum “voorbehoedmiddel”; dit wordt het best verklaard als een afl. van amulum (< gr. ámulon) “zetmeel”: dus amulȇtum “spijs van zetmeel” > “dgl. spijs als genees- of voorbehoedmiddel” > “voorbehoedmiddel”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

amulet n., over Fr. amulette, uit Lat. amulētum; dit wel een Syrisch w., samenhangende met Ar. himāla, van hamala = dragen. De Lat. bijvorm amolētum, zal volksetym. zijn, wegens amoliri = afwenden.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Amulet. (Lat. amuletum, van amoliri = verwijderen of ook van het arabisch hamala = dragen.) Algemeen was (en is nog) bij onbeschaafde volken het gebruik om zich door zekere tastbare voorbehoedmiddelen te beschermen tegen booze geesten, tooverij, ziekten, ongevallen, enz. Bij de negers in Afrika spreekt men van fetisch, d. i. een levend of levenloos voorwerp, hetwelk een of andere geest tijdelijk tot woning kiest, zoodat men het voorwerp goddelijke eer bewijst en het tevens als voorbehoedmiddel tegen rampen aanwendt.
Bij de Romeinen had men amuletten of ook talismans genoemd (eveneens een Arabisch woord, maar eigenlijk ontleend aan het Gr. telesma, d. i. gewijd beeld, voorwerp). Als amuletten dienden vooral ringen, schijven, visschen, enz. met raadselachtige inschriften, die ziekten, enz. konden afweren. Zelfs nu nog worden in Christelijke landen amuletten gebruikt, bijv. om soldaten kogelvrij te maken, om den invloed van hekserij af te weren, om een goede vischvangst te krijgen, enz. Figuurlijk zegt men nog wel: “Zijn aanbevelingsbrief was mij een talisman, die mij toegang tot de hoogste kringen verleende.”

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Amulet
Van het Arab. hamâïl (حماﺌﻞ). De wortel van dit woord, hamala, beduidt dragen, en hamâïl, een meervoud, dat, volgens goede autoriteiten (zie Lane’s Woordenboek), geen eigenlijk gezegd enkelvoud heeft, beduidt in het oude, klassieke Arabisch alleen een draagband, namelijk een band die over den rechter schouder hangt en dient om het zwaard te dragen. Ook nu nog heeft het die beteekenis, maar beduidt het buitendien amulet, want d’Escayrac de Lauture (Le Désert et le Soudan, p. 447) zegt: “D’ailleurs le fakih ne cherche pas à tromper les autres, il croit aussi fermement qu’eux à l’efficacité de ses hamaïl (charmes),” en Marcel vertaalt amulette door hamâïl. Schijnbaar is er geen verband tusschen deze beteekenis en de oorspronkelijke, en toch is dit wel het geval. Bij Bocthor namelijk leest men : “amulette suspendu au cou avec un cordon, hamâïl;” men ziet dus, dat hamâïl niet in’t algemeen elke soort van talisman beduidt, maar alleen een met Koranspreuken of tooverformulieren beschreven papier, dat met een koord aan den hals gedragen wordt; juister nog: het koord zelf, waaraan die talisman is vastgemaakt; vergelijk ook Burton, Pilgrimage, I, p. 138: “passing the crimson silk cord of the hamail or pocket Koran over my shoulder, in token of being a pilgrim” (vgl. p. 232). Derhalve ziet men, dat hamâïl, in den zin van amulet, in den grond hetzelfde is als hamâïl in den zin van draagband.
Het woord is in de Europeesche talen erg bedorven. Evenwel als men in de Romaansche talen (Sp., Port. en Ital.) de Romaansche terminatie eto wegschrapt, dan houdt men amul over en daarin is hamâïl nog tamelijk wel te herkennen. Ons amulet hebben wij zeker van de Franschen gekregen. Oud zal het woord in de Europeesche talen wel niet zijn, want zelfs in het Arab. is het in die beteekenis van jonge dagteekening en bij de Arab. schrijvers der Middeleeuwen heb ik het niet ontmoet. Ook in Spaansche en Fransche woordenboeken uit het begin der 17e eeuw heb ik het te vergeefs gezocht. [BIJVOEGSEL. Het woord amulet moet toch in de Europ. talen ouder zijn dan ik meende, want ik vind het bij een schrijver uit het begin der 16e eeuw, namelijk bij Leo Africanus (Descriptio Africae, p. 353).]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

amulet ‘talisman’ -> Indonesisch amulét ‘talisman’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

amulet talisman 1669 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal