Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ampul - (flesje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

ampul zn. ‘flesje’
Mnl. van tueen appullen ‘van twee ampullen’ [1286, CG I, 1170], ampulle, ampul, ap(p)ulle ‘kruik, fles, kom’ [14e eeuw; MNW]; vnnl. ampulle ‘flesje’ [1515; WNT Supp.].
Ontleend aan Latijn ampulla ‘flesje’, dat ontwikkeld moet zijn uit een verkleinwoord *ampor-la bij amp(h)ora ‘twee-orige kruik’, zie → amfoor.
Os. amballa; ohd. ampulla (nhd. Ampulle).
Een verkorte vorm van ampul is geworden tot → pul ‘glas’. Uit een eerdere Latijnse ontlening is via het Duits → ampel 1 ‘hangschaal’ ontstaan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ampul [kruik, buisje] {ampul(le) [kruik, fles] 1331-1343} < latijn ampulla [zalfflesje], verkleiningsvorm (misschien) via amporula, van amphora (vgl. amfoor, pul1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ampul znw. v. < lat. ampulla ‘flesje’, oorspronkelijk ‘blaasje’ (Gamillscheg 34). — zie: pul.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

ampoel, lampoel, zn.: lamp, peervormige gloeilamp. Uit Fr. ampoule ‘gloeilamp’ < Lat. ampulla ‘buikvormig flesje’, dim. van amp(h)ora. D. Ampel ‘hanglamp, (oorspronkelijk boven een kruispunt hangend) verkeerslicht’ < Ohd. amp(ul)la, Mhd. ampulle, Mnl. ampul(le), Ndl. ampul ‘buikig flesje’ gaan rechtstreeks op Lat. ampulla terug. Lampoel door contaminatie met lamp.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

ampoeleke, zn.: lampje. Ook Brugs ampoule ‘gloeilamp’. Fr. ampoule ‘buikflesje, ampul; gloeilamp’ < Lat. ampulla ‘buikvormig flesje’. De bet. ‘lamp’ naar de bolle vorm van het flesje. Vgl. D. Ampel ‘hanglamp, verkeerslicht’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

ampoule (B, L), lampoele (G), zn. v.: gloeilamp. Fr. ampoule 'buikflesje, gloeilamp' < Lat. ampulla 'buikvormig flesje'. De bet. 'lamp' naar de bolle vorm. De vorm lampoele is gecontamineerd met lamp. Vgl. D. Ampel 'hanglamp, verkeerslicht'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

ampoule (B), zn. v.: gloeilamp. Fr. ampoule ‘buikflesje, gloeilamp’ < Lat. ampulla ‘buikvormig flesje’. De bet. ‘lamp’ naar de bolle vorm van het flesje. Vgl. D. Ampel ‘hanglamp, verkeerslicht’.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ampul (Latijn ampulla)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ampul ‘buisje met injectievloeistof’ -> Indonesisch amful, ampul ‘buisje met injectievloeistof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ampul buisje met injectievloeistof 1933 [WNT Suppl] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal