Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amorce - (slaghoedje, klappertje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amorce [slaghoedje, klappertje] {ca. 1900, vgl. amoorse [lokaas] 1282} < frans amorce < oudfrans amorse [beet] (middelnederlands amoorse [lokaas]), van à + latijn morsus [beet, greep, klem, in me. lat. kram, haak, gesp], van mordēre (verl. deelw. morsum) [bijten, zich in iets vasthaken].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kamosjke 1, ke(r)mosjke, (ker)moske, klamoske, klimoske, zn.: klappertje. Dim. van Fr. amorce ‘slaghoedje van vuurwapen, (buskruit)lading’. De anlaut-k en ­ker- wellicht door contaminatie met Fr. cartouche ‘kardoes, schietpatroon’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal