Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amok - (opschudding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

amok zn. ‘opschudding’
Vnnl. amoc spelen ‘in blinde razernij zijn’ [1622; WNT Supp.], amock makende ‘id.’ [1624; WNT Supp.], ook met nog andere werkwoorden, bijv. schreeuwen, slaan, spuwen; nnl. in afgezwakte betekenis, en nu bijna uitsluitend in de combinatie amok maken ‘onbesuisd optreden, opschudding veroorzaken’ [1932; WNT Supp.].
Ontleend aan Maleis amok, amuk ‘woede, woedend’, bij de Oudjavaanse wortel wök, wuk ‘verwoede aanval’. Hierbij behoren ook het werkwoord mengamuk ‘woedend aanvallen; woeden, tekeergaan’ en het zn. pengamukan ‘aanval, amokpartij’.
In het Nederlands is de betekenis van amok maken afgezwakt tot een eufemisme voor ‘problemen veroorzaken’. Dit in tegenstelling tot de Duitse resp. Engelse uitdrukkingen Amok laufen en run amok (of amuck), waarbij altijd van blinde razernij sprake is.
Lit.: Yule/Burnell 1903, 18-23; S. Kalff (1920) ‘Koloniale idiomen’, in: NTg 14, 88-98 en 133-137; M. 't Hart (1998) ‘Piekeren over betekenisveranderingen bij Noesantarische leenwoorden’ in: H. Brems e.a. Nederlands 200 jaar later, Woubrugge, 487-506, hier 493

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amok [razernij] {1622} < maleis amuk [verblind door razernij], javaans ngamoek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

amok s.nw.
1. (verouderd) Neiging tot geweld of moord, sonder inagneming van persoonlike veiligheid. 2. Opskudding, rumoer, steurnis.
In bet. 1 uit Ndl. amok (1622, 1624) in kombinasie met ww. maak, roep, skreeu, spuug 'moordlustige raserny, aangevuur deur gebruik van opium', of uit Maleis amo(e)k 'verblind deur raserny'. In bet. 2 uit Ndl. amok maken (1906) ''n herrie opskop'. Eerste optekening in Afr. in bet. 1 by Leibbrandt (1882). Bet. 2 is 'n latere betekenisontwikkeling van ernstige na minder ernstige geweld.
Ndl. amok uit Maleis amo(e)k.
D. amock, Indies-Eng. amo(c)k, amuck, Port. amouco, Sp. amuco.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

amok: “toestand v. onbeheerste opwinding; moorddadige aanval in so ’n toestand”, veral in uitdr. – maak; via Ndl. (o.a. gedok. 1622, 1624) uit Jav. of Mal. amo(e)k, Ind.-Eng. amo(c)k/amuck, Port. amouco, Sp. amuco, Hd. amock (Hob-Job, Lok en WNT/ Supp 1071).

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

amok2 [razernij]. Maleis amok, waarbij het werkwoord mengamok = in zinsverbijsterende woede moorden. In Hobson-Jobson wordt het nog verder nagespeurd en teruggevonden in het Malabaarse amouchi of amuco, een verbastering van het Malayalam amar-kkan = krijgsman, maar Yule en Burnell vinden zelf, dat dit amouchi of amuco meer verwantschap toont met het Maleise amok dan met amar-kkan, wat zeer juist is. Immers, volgens prof. Kern is amoek eigenlijk Javaans = zich woedend gebarende, razende, van de wortel wök, wuk = verwoede aanval in het Oudjavaans. Het heeft de stam gemeen met het Maleise maboek (vergelijk Kern, Kawi-studiën p. 93). [P]

amok1 [razernij]. Amok komt reeds bij onze oudste schrijvers over Indië dikwijls voor en is later zozeer een Nederlands woord geworden, dat prof. Pijnappel in zijn Maleise woordenboek het Maleise amoek en de werkwoordsvorm mengamoek door ‘amokken, wanhopig aanvallen’ kon verklaren. Voor hen echter die minder met de schrijvers over Indië vertrouwd zijn, zal het niet overbodig zijn op te merken, dat het evenzeer Javaanse als Maleise amok eigenlijk een soort van woede of razernij betekent die de inlander (bovenal de Makassaar; zie Wallace, Insulinde, deel I, p. 306) soms bevangt, wanneer zijn hartstochten in de hoogste mate zijn opgewekt, en waarbij hij wanhopend aanvalt op ieder die hem in de weg treedt en moord tracht te plegen, onverschillig aan wie. Het amok is zeer verwant met hetgeen de inlanders mata glap, dat is ‘verduistering van de ogen’ noemen; juister misschien: de amokmaker doet gaarne het mata glap voorkomen als een symptoom van zijn toestand, om daardoor zijn niet altijd geheel onwillekeurig moorden te vergoelijken. Zie Van den Burgs, De Geneesheer in Indië, deel II, p. 786. Een ander verschijnsel dat ermee gepaard gaat, is het luide schreeuwen, waarbij doorgaans het woord amok zelf vernomen wordt, waarom men in het Javaanse handwoordenboek van prof. Roorda op amoek ook de verklaring vindt: ‘een uitroep van iemand die in dolle woede gaat moorden.’ Vandaar verder de uitdrukking amok roepen of amok schreeuwen, bijvoorbeeld bij W. Schouten, Reistogt, vierde druk, deel I, p. 27: ‘Binnen Batavia werden eenen zwarten Indiaan de borsten afgenepen, omdat hij amok geroepen had [...] Dit was reeds de derde amokroeper die in mijn tijd geradbraakt werd.’ Zo ook bij Van Rees, Bandjermasinsche Krijg, I, p. 64: ‘de priester vatte eensklaps een der wapens, riep amok, en wilde den artillerist een houw toebrengen.’ Maar ook de omstanders roepen amok, wanneer iemand, zoals men gewoonlijk zegt, amok maakt. Zie bijvoorbeeld Ritter, ‘Het Amok’ in Tijdschrift voor Nederlandsch-Indië, jaargang VII, deel III, p. 459: ‘Groot was de opschudding onder al die reizende personen, toen zich op eens de noodkreet amok! amok! in den omtrek deed hooren.’ Stavorinus, Reize naar Batavia, deel I, p. 236, schijnt de uitdrukking amok spuwen als synoniem met amok roepen te beschouwen, want hij zegt dat de amokspuwers zo genoemd worden omdat zij het woord amok veel in de mond hebben. Ik geloof echter dat men daarbij tevens in het oog moet houden dat de amokmaker het schuim op de mond komt.

Bij Baldaeus, Malabar en Choromandel, p. 145, komt de zonderlinge en minder gewone uitdrukking amokspeelder voor; een later voorbeeld van amokspeler vindt men bij W. Schouten, deel II, p. 134. Amok slaan noemt men het alarmsein dat door de inlandse wachters op de trom gegeven wordt wanneer zich een amokmaker vertoont.

Ik meen bij Nederlandse schrijvers ook wel amok lopen gelezen te hebben. In ieder geval is in het Engels to run amuck een gewone uitdrukking geworden. Daarbij heeft echter een kluchtig misverstand plaatsgegrepen, doordat men de eerste lettergreep van amuck voor het lidwoord a of an hield. Men schrijft dus meestal to run a muck (zie bijvoorbeeld Forrest, Voyage aux Moluques, p. 168), en vindt in de Engelse woordenboeken dikwijls het woord Muck, waarvan Johnson erkende de herkomst niet te weten. Dryden gebruikt de uitdrukking to run a muck in de volgende verzen in het derde deel van ‘the Hind and the Panther’:
‘Frontless and satire-proof he scours the streets
And runs an Indian muck at all he meets.’
En Pope volgde hem na in zijn vertaling van Horatius:
‘Satire’s my weapon, but I’m too discreet
To run a muck and tilt at all I meet.’
Dit Engelse muck heeft een Franse schrijver, de heer Radau, in de Revue des Deux Mondes, 1 oktober 1869, p. 675, op de schrandere inval gebracht dat het Maleise amok zou zijn: ‘une corruption du mot Anglais a muck (un enragé)’ [een verbastering van het Engelse a muck (een razende)].

Tegenwoordig wordt bij ons het woord amok nu en dan gebruikt in de verzachte betekenis van ‘opschudding, straatrumoer’. Men zal daarvan voorbeelden vinden in het artikel Amok in de thans ter perse liggende aflevering van het WNT. [V]

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

amok (Maleis amok)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

amok ‘razernij’ ->? Deens amok ‘razernij’ <via Engels>; Noors amok ‘razernij’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

amok razernij 1622 [WNT] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal