Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amerij - (ogenblik)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

amerij zn. ‘ogenblik’
Vnnl. amerijtje ‘id.’ [ca. 1635; WNT Supp.]. Ook nog in de lange vorm, zoals in Wacht 'en Ave-Marijtje, en ik ga meê met u [1892; WNT Supp. avemaria], maar wrsch. veel ouder, aangezien het de diftongering van ī naar ij heeft meegemaakt.
Samentrekking van Avemaria, ontleend aan christelijk Latijn Ave Maria ‘wees gegroet, Maria’, het begin van een Maria-gebed.
Oorspr. staat amerij dus voor de tijd die nodig is voor het bidden van een ‘Ave Maria’. Het inmiddels veroudere woord kwam meestal voor in de verkleiningsvorm.
Lit.: Heestermans 1999, 40-41

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

amerij, amerijtje [ogenblik] {ca. 1635} samentrekking van Ave Maria, waarin het korte gebed ging staan voor een kort moment.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

amerijtje znw. o. is eerst nnl. overgeleverd, maar zal wel ouder zijn, daar het een verkorting uit Ave Maria is, dus eig. de korte tijd nodig voor het bidden van een Ave Maria.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

amerij(tje) znw., eerst nnl. Verkort uit ave Marî(a): “de korte tijd, noodig om een “ave Maria” te bidden”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

amerij v., uit Lat. Ave Maria, dus = zoo weinig tijds als noodig is om een Ave Maria (Wees gegroet, Maria) te zeggen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

amerij, amerijtje, zn.: ogenblikje, korte tijd. Uit ave Maria. Een amerij is dus de tijd nodig voor een weesgegroetje.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

amerijtje (van Latijn Ave Maria)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Amerijtje (eenwachten), een oogenblikje wachten, eigenlijk: een avemariaatje, den tijd, die noodig is om een ave Maria te bidden. Zoo zegt men ook in België: eenen Vader-Ons of een Wees gegroet wachten; in ’t fra. un avé = een oogenblikje.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

81. Een amerij(tje).

Dit woord wil eigenlijk zeggen een Ave Maria, een gebed tot de Heilige Maagd, en vervolgens bij overdracht een korte tijdruimte, zooveel tijd als noodig is om een Ave Maria te bidden, een kort oogenblik. In het Middelnederlandsch komt ‘Ave Maria’ als tijdsbepaling voor in: een Ave Maria lanck; evenzoo in het Mhd. eines Ave Marien langHier beginnen sommige stichtige punten van onsen oelden Zusteren, uitgegeven door Dr. D. de Man, bl. 191 noot.. Voor de 17de eeuw vgl. Van Moerkerken, 501, vs. 115 (een ameré); zie verder C. Wildsch. III, 47; Sewel, 48: Amery, amering (zie Van Effen's Spectator IV, 220), van Ave Maria samengesteld, instant; Halma, 32: Amerij of Amerings, is eigenlijk geen Duitsch woord en wordt voor Ave Maria gezegd. In een amerij, in een ommezien, in eenen oogenblik. Hiermede zijn verschillende synonieme uitdrukkingen te vergelijken, die in de middeleeuwen voorkwamen. Zoo leest men bij Maerlant, Troyen, vs. 4523: Soe langhe dat men hadde gheseit enen paternoster; ook Reynaert II, 5614: Eer men een paternoster soude lesen wael; II, 6082: Eer men eens credo had geseit. Zoo werden in de middeleeuwen misse en miserere (eig. een liturgie bij lijkdiensten) ook uitdrukkingen eener tijdsbepaling. Zie het Ndl. Wdb. II, 400; Chomel II, 914: Daar na zult gy ze een weinig over 't vuur zetten in de Pan, welke gy roeren zult den tyd van een Vader ons. Vgl. ook het 17de-eeuwsche: Eer men eene zoô mosselen sou kooken; eer een paard sijn oor likt; eer iemand drie tellen sou (Winschooten, 159); alle paternoster, ieder oogenblik; vgl. eng. in a-pater-noster-while.

In Zuid-Nederland zegt men ook alle Vaderonzen, alle oogenblikken (Waasch Idiot. 836); een Ave Marye wachten (Loquela, 23); met een kruismakens, in een oogenblik (Ndl. Wdb. VIII, 436); ook op 'nen ik en 'nen gij. Volgens De Bo, 745: 't En duurde geen noeneslaan (d.i. in min tijd dan de uurklok twaalf slagen klopt); bl. 227: Zoolang als een hond op eene halve deure zit. Rutten citeert, bl. 245: Eenen Vader-ons wachten; bl. 274: een wees-gegroet wachten; hij kan geenen wees-gegroet stil zitten (Claes, 283), waarmede te vergelijken is het fr. cela n'a duré qu'un Avé; je reviendrai dans un Avé (Littré I, 260); hd. ein Avé (Maria) warten (zeldzaam); ein Vaterunser, Paternoster lang; Antw. Idiot. 955: in eenen perdominé; in Maastricht: 'n Amelaank, een Amenlang, d.i. een oogenblikje; fri. yn in amerij(-tiid); ook in amerijke gedild; gjin amerij stil sitte; in amerijtsje tiid (Fri. Wdb. I, 46 a). Vgl. het fr. sans avoir le temps de dire pipe.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal