Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

amateurisme - (beoefening als amateur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

amateur zn. ‘liefhebber’
Vnnl. amatuer “een beminder” [1553; Mussem], amateur ‘liefhebber’ [1650; Hofman]; nnl. amateur ‘kunstvriend’ [1824; Weiland], ‘niet-beroeps vakman’ [1902; WNT Supp.], ‘niet-beroeps sporter’ [1924; WNT Supp.].
Ontleend aan Frans amateur ‘vriend, minnaar’ [1488; Rey], later, onder invloed van Italiaans amatore, alleen ‘kunstliefhebber’ [1762; Rey], ontleend aan Latijn amātor ‘minnaar, liefhebber’, nomen agentis bij amāre ‘liefhebben’.
amateurisme zn. ‘beoefening als amateur’. Nnl. amateurisme (pejoratief) ‘dilettantisme’ [1927; WNT Supp.], ‘amateursportbeoefening’ [1947; WNT Supp.], maar wrsch. ouder dan de pejoratieve betekenis. Ontleend aan Engels amateurism ‘amateursportbeoefening’ [1868; OED], een afleiding van amateur.

EWN: amateur zn. ‘liefhebber’; de betekenis 'niet-beroepssporter' (1924)
ANTEDATERING: amateurs-race '(wieler)wedstrijd voor amateurs' [1885; NvdD 22/8]
EWN: ♦ amateurisme zn. ‘beoefening als amateur’ (1927)
ANTEDATERING: Amateurisme en professionalisme (in de wielersport) [1894; AHB 9/2]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal