Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

altemet - (misschien)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

altemet bijw., mnl. altemet “allengs”, zelden “soms”, uit al en temet; dit uit te + met. Evenzoo nnl. altemee (mee uit mede).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

altemet. Adde: evenzo mnd. altômit ‘allengs; soms’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

altemet bijw., Mnl. id. = allengs. Verleidend is een verklaring door het oudere met = maat (z. gemet), doch de Wvl. vormen altemits en altemee laten alleen een verklaring met met en mede toe.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

allemet, bw.: soms, misschien. Var. van altemet(s) (zie i.v.).

altemet(s), bw.: toch, niettemin; soms. Vlaams altemet(s) betekent ‘soms, af en toe, eventueel’. Mnl. al(te)met, Vnnl. al-te-met ‘soms’ (Kiliaan). Altemets heeft een bijwoordelijke genitief-s. Ndd. altomets, altomit(s), Oostfri. altmets, alsmets. Samengesteld uit het versterkend bw. al en temet(s). Mnl. temet, te met ‘telkens’, Laatmnl. temet ‘allengs’ < te mede.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

altemets, altemet, aaltemet, aaltemee, amets, attemets bw.: soms, af en toe. Ook Wvl. en Ovl. Mnl. al(te)met, Vnnl. al-te-met ‘soms’ (Kiliaan). Altemets heeft een bijwoordelijke genitief-s. Ndd. altomets, altomit(s), Oostfri. altmets, alsmets. Samengesteld uit het versterkend bw. al en temet(s). Mnl. temet, te met ‘telkens’, Laatmnl. temet ‘allengs’ < te mede.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

altemets (E, G, W, ZO), altemet (Aksel), alleme(i)ts (E, W, ZO), amets (B, Hulst, L), temets (ZO), bw.: soms, af en toe. Mnl. al(te)met, Vnnl. al-te-met 'soms' (Kiliaan). Altemets heeft een bijwoordelijke genitief-s. Ndd. altomets, altomit(s), Oostfri. altmets, alsmets. Samengesteld uit het versterkend bw. al en temet(s). Mnl. temet, te met 'telkens', Laatmnl. temet 'allengs' < te mede.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

altemit bw.
Miskien.
Uit verouderde Ndl. altemet, vroeër veral as drie woorde geskryf (vgl. Mnl. altemet ook as al-te-met), gewestelik nog bekend in W.Vlaams. Eerste optekeninge in Afr. by Pannevis (1880) in die vorm altemet en by Kern (1890) in die vorm altemit.
Vgl. altemits, altemitters.

altemits bw.
Miskien.
Uit verouderde Ndl. altemets (1583), voorheen ook en tans gewestelik nog bekend in N.- en S.Nederland.
Vgl. altemit, altemitters.

altemitters bw. Ook altemittertjies.
Miskien.
Uit verouderde Ndl. altemetters, 'n verlenging van altemets (1583), gewestelik nog bekend in S.Nederland. Eerste optekening in Afr. op 26 Januarie 1861 (Scholtz 1965).
Vgl. altemit, altemits.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

apmits, opmis, apmit, ampmet altemet (Groningen, Drente, Staphorst). ‹ al + te + met/mit (+ bijwoordelijke s). Vgl. voor de assimilatie de gron. plaatsnaam HelpmanHeltman.
TT XIV 77-80.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

altemet, altemets(ten), bw.: soms, af en toe, eventueel. Mnl. al(te)met. Altemets heeft een bijwoordelijke genitief-s. Ndd. altomets, altomit(s), Oostfri. altmets, alsmets. Bij Kiliaan al-te-met ‘subinde, aliquando, aliquoties’. In 1570: daerby zy altemits ongherief ‘heeft, Kortrijk (KW). Samengesteld uit het versterkend bw. al en temet(s). Mnl. temet, te met ‘telkens’, Laatmnl. temet ‘allengs’. Vgl. ook Dial. temee.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

altemit: “dalk, miskien”, – altemits/altemitter(tjie)s – (die eerste met of sonder adv. -s, die tweede alleen met -s); Ndl. (waarby ouer en dial. vorme) altemee/altemet(s)/altemetters/altemit(s), afg. van al + te + subst. gebr. bw. met/me(d)e (WNT/Supp 988, wat vroeër verkl. verwerp); kyk ook Bosh VT 112-3 en Scho TWK 14, 1, p. 5.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

altemet ‘misschien’ -> Negerhollands altemets, altemits, tomės, tumes ‘misschien’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal