Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

alt - (tweede zangstem, zanger(es) met die stem)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

alt zn. ‘tweede zangstem, zanger(es) met die stem’
Nnl. de Alt, of Altviool [1795; WNT Supp.], alt, alto “de tweede stem, hooge middelstem” [1824; Weiland]. Daarvoor alleen de Latijnse benaming altus “hooghstem” als kunstwoord bij Hofman en Meijer [vanaf 1650].
Misschien via het Italiaans, ontleend aan Latijn vōx alta ‘hoge stem’. Latijn alta, vrouwelijke vorm van het bn. altus ‘hoog’, is daarbij oorspr. het verl.deelw. van alere ‘voeden, grootbrengen’, verwant met → oud.
De oudste overgeleverde vorm altus is het Latijnse bn. altus ‘hoog’, wrsch. verkort uit Latijn altus cantus ‘hoge zang’. Nederlands alt gaat vermoedelijk terug op de vrouwelijke vorm alta (vōx) ‘hoge stem’. De oorspr. betekenis is ‘de hoge (zang)’, die gezongen werd boven de → tenor (= de partij die de basismelodie, de cantus firmus vasthield; Latijn tenēre ‘vasthouden’), tegen de tenor in (contratenor ‘tegen de tenor’). Uiteraard ging het hier om mannenstemmen. Om echte akkoorden te verkrijgen, kwam er de bas bij. De ontwikkeling naar rijkere klank maakte het uiteindelijk wenselijk het palet uit te breiden. Eerst werd van de baspartij een volwaardige zangpartij gemaakt. Daarna kon men alleen nog naar boven uitbreiden, met knapenstemmen, stemmen die boven of sopra alles uitklonken, zelfs boven de oorspr. hoge stem, de alt. Dit is nog altijd de samenstelling van een traditioneel Engels kathedraalkoor: sopraan, altus (= contratenor), tenor en bas. Gemengde koren bezetten de altpartij normaal met (lage) vrouwenstemmen. Vandaar de semantische overgang.
Lit.: Francescato 1966, 483

EWN: alt zn. ‘tweede zangstem, zanger(es) met die stem’ (1795)
ANTEDATERING: vnnl. "Alt", "Superius", "Tenor" en "Bas" [1692; Van Til, 144]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

alt [tweede zangstem] {1795} < hoogduits Alt < italiaans alto < latijn (vox) alta [hoge (stem)], vr. van altus [hoog], eig. verl. deelw. van alere [voeden, grootbrengen, versterken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

alt znw. v. Lat. vox alta betekent de hoge mannenstem, onder invloed van ital. alto gaat het dan de lage vrouwestem aanduiden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

alt lage vrouwenstem 1795 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal