Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

allebei - (alle twee)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

beide telw. ‘alle twee’
Onl. beithe ‘alle twee’ [ca. 1100; Will.]; mnl. bede man ende wijf ‘zowel man als vrouw’ [1236; CG I, 20].
Oude afleiding van Proto-Germaans *bai ‘beide’, dat met het aanwijzend voornaamwoord (later lidwoord) werd gecombineerd, zoals in Gotisch ba þo skipa ‘beide schepen’ (Lucas 5:7).
Os. bēthia ‘beide’; ohd. beide (nhd. beide); ofri. bēthe, beithe (nfri. beide); me. (< on.) bothe (ne. both); on. báðir (nzw. båda). De Germaanse vormen zijn ofwel meervoudsvormen in overeenstemming met het aanwijzend vnw. þai, ofwel oorspr. een onzijdige dualisvorm *bhoi ‘beide’ bij een wortel pie. *bhoH-. De niet-samengestelde vorm vindt men in: oe. bēgen, , ‘beide’; got. bai ‘beide’; on. beggja (genitief mv.) ‘van beiden’ (< *baiiē) (nzw. bägge).
In de andere Indo-Europese talen komt deze vorm alleen in combinatie voor, bijv. met *am-, zoals in Latijn am-bō ‘beide’ en Grieks ám-phō.
allebei telw. ‘alle twee’. Mnl. alle beide ‘id.’ [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. alle bey [1588; WNT stooten]. Ontstaan uit alle beide, waarbij -de is weggevallen, zoals ook in mede > mee.

EWN: beide telw. 'alle twee'; de vorm beide (1236)
ANTEDATERING: die [kin]de beide 'de kinderen beiden' [1201-25; CG II, Floyr.]
EWN: ♦ allebei telw. 'alle twee'; de vorm allebei (1588)
ANTEDATERING: Si waren alle bey seer gram 'ze waren allebei heel kwaad' [1544; MNW-R]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

albei telw. Ook beide.
Die twee saam.
Uit verouderde Ndl. albei (1630), verkort uit spreektaal allebei uit toutologiese alle beide (al Mnl.) 'alle twee', dus 'altwee'. Ndl. gebruik allebeide, verkort tot allebei, t.o.v. sake, en alle beiden, alle beide, meestal in verkorte vorm allebei, t.o.v. mense.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

allebei’de(n) bijvoeglijk en zelfst. gebr. hoofdtelw., allebei, beide(n). Dus schrijf ik deze grote maat op. - Nee, nee, allebeide moet je opgeven. - Maar de andere is toch te klein? (Woei 140). - Etym.: In AN veroud.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal