Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

algazel - (sabelantilope)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gazelle zn. ‘Afrikaanse herkauwer uit het geslacht der antilopen (Gazella dorcas)’
Nnl. gasellen (mv.) ‘herkauwers’ [1720; WNT vogelstruis].
Ontleend aan Frans gazelle ‘id.’ [1690; Rey] < Arabisch ḡazāla (v) ‘gazelle’, mogelijk via Spaans gacela ‘id.’. Het Arabische zn. hoort bij het ww. ḡazala ‘spinnen, flirten, lonken, het hof maken’: de gazel wordt als een bevallig dier gezien.
Arabisch ḡazāla is de vrouwelijke vorm bij ḡazāl. In het Noord-Afrikaanse Arabisch wordt de ā- uitgesproken als /è:/, vanwaar vormen als Spaans gacela, Portugees gazella, Italiaans gazzella, Frans gazelle.
algazel zn. ‘sabelantilope’. Nnl. Algazel ‘zeker dier’ [1852; WNT afsnijden], ‘sabelantilope’ [na 1950; EDale], ‘id.’ [1975; WNT Aanv. sabelantilope]. De algazel is een soort gazelle met lange spitse horens, die in de streek van herkomst (Sahara) uitgestorven is, maar waarvoor een fokprogramma bestaat in diverse dierentuinen, waaronder Artis in Amsterdam. Het woord is ontleend aan het (Noord-Afrikaans)-Arabische ḡazēl, ditmaal rechtstreeks en inclusief het Arabische lidwoord al- ‘de’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

algazel [sabelantilope] {na 1950} < arabisch al-ghazāl, van al [de] + ghazāl [gazelle].

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

algazel (Arabisch al-ḡazāl)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal