Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

agnostisch - (volgens de leer dat wij het transcendente niet kunnen kennen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

agnostisch [volgens de leer dat wij het transcendente niet kunnen kennen] {1926-1950} < engels agnostic, een term gevormd door de Engelse bioloog en arts Thomas Henry Huxley (1825-1895) naar grieks agnōstos [onbekend, onkenbaar], van ontkennend a + gnōstos [bekend, kenbaar], van gignōskein [leren kennen, begrijpen] (vgl. gnostisch).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

agnostisch (Engels agnostic)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

agnostisch {vernederlandsing van agnostic} houding tegenover godsdienst: niet beslissen of je nu wel of niet in een god (meestal de christelijke) gelooft op basis van de gedachte dat je niet zeker kunt weten of hij bestaat. Term gevormd uit het Grieks voor niet-kennen, in 1869 ingevoerd door Engelse bioloog en filosoof Thomas Henry Huxly (1827-1895, opa van de schrijver Aldous). Iemand die agnostisch is of denkt heet een agnost of agnosticus.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

agnostisch volgens de leer dat wij het transcendente niet kunnen kennen 1926 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal