Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aflaat - (kwijtschelding van zonden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

aflaat zn. ‘kwijtschelding van zonden’
Onl. aflati /-lāti/ (datief) ‘vergiffenis’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. aflat ‘nalatigheid, verzuim; vergiffenis van zonden’ [1240; Bern.], aflaet, aflate.
Oude afleiding van het werkwoord aflaten in de verouderde betekenis ‘kwijtschelden’, gevormd uit → af- en → laten.
Mnd. aflat /-lāt/ ‘vergeving’; ohd. ablāz(i) (nhd. Ablass); nfri. ôflaat; on. aflát ‘einde, slot, het ophouden’; got. aflēt ‘vergiffenis’; < pgm. *aflēta-.
Oorspr. betekende dit woord ‘weglating’, maar reeds in het Gotisch en het Oudnederlands heeft het de christelijke betekenis ‘vergiffenis van (zonden)’. Daarnaast kwam ook de specifieke betekenis indulgentia ‘kwijtschelding van tijdelijke straffen door het uitvoeren van goede werken (in de rooms-katholieke kerk)’ op. Deze leidde in de late Middeleeuwen tot de zogenaamde aflaathandel, waarbij men de zonden kon afkopen, soms zelfs bij voorbaat. Het misbruik daarvan was een van de aanleidingen voor de Reformatie. Binnen de katholieke kerk kan men nog steeds ‘(volle) aflaten verdienen, vooral op Allerzielen (2 november)’, al dienen die nu om zielen uit het vagevuur te verlossen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aflaat* [kwijtschelding van zonden] {oudnederlands aflati (3e nv.) 901-1000, middelnederlands aflaet [kwijtschelding, vergeving van zonden, verzuim]} van af, in de zin van ‘weg, verdwenen’ + laten [laten gaan, gedogen], oudnederlands aflāt, oudhoogduits ablāz, oudnoors aflāt, gotisch aflēt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aflaat znw. m., mnl. aflaet ‘kwijtschelding, vergiffenis, aflaat’; vgl. onfrank. aflât, ohd. ablāʒ m. ablāʒi o., on. aflāt, got. aflēt o. of aflēts m. ‘kwijtschelding’. De kerkelijke betekenis ontwikkelde zich uit die van kwijtschelding’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aflaat znw., mnl. aflaet, o. m. “kwijtschelding, vergiffenis, aflaat”. De technische kerkelijke bet. heeft zich uit ‘kwijtschelding” ontwikkeld. Deze laatste bet. hebben behalve onfr. aflât, ohd. ablâʒ m., ablâʒi o. reeds on. aflât o. got. aflets m.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

aflaat. I.pl.v. “got. aflets m.” lees: “got. aflet o. (of aflets m.?)”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aflaat m., Mnl. aflaet, Onfra. & Os. aflât + Ohd. ablâʒ (Mhd. ablâʒ, Nhd. ablasz), On. aflát, Go. aflets: is stam van aflaten, dat reeds Go. afletan = vrijlaten, kwijtschelden.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Aflaat is de stam van aflaten, dat oorspr. bet.: vrijlaten, kwijtschelden (in ’t Got. af-letan).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aflaat ‘kwijtschelding van straf voor zonden’ -> Fries ôflaat ‘kwijtschelding van straf voor zonden’; Deens aflad ‘kwijtschelding van straf voor zonden’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors avlat ‘kwijtschelding van straf voor zonden’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds avlat ‘kwijtschelding van straf voor zonden’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aflaat* kwijtschelding van zonden 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal