Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

afdekken - (eetgerei opruimen; van een dak voorzien)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

afdek ww.
1. Eetgerei verwyder. 2. Van 'n dak voorsien.
Uit Ndl. afdekken (1912 in bet. 1, 1917 in bet. 2). Bet. 1 is tans die gebruiklikste in Afr., terwyl dit in Ndl. verouderd is en met afruimen of afnemen vervang is.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (2009), Van Dale Modern Bargoens woordenboek, Utrecht

afdekken bespieden. In deze betekenis in 1952 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst.
— ‘Zou ik die zaak es afdekken daar? Allicht is er een dienstmeid om mee te praten.’ ¶ Piet Bakker, Kidnap (1952), p. 154. De schrijver verklaart de betekenis in een woordenlijst.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal