Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

adroe - (soort onkruid (Cyperus rotundus))

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

a’droe, 1. (de), soort onkruid (Cyperus rotundus, Baboen-nefifamilie*). Adroestraat (in Paramaribo). - 2. (de), naam voor enige andere Cyperus-soorten, w.o. de zwampplant Cyperus articulatus (adroen in Enc.Sur. 627) en een nog niet geïdentificeerde soort die in het S ‘nengrekondre-adroe’ genoemd wordt en onderaardse knolletjes heeft. - 3. (de, -(s)), knolletje van de onder 2 laatstgenoemde soort. Afkooksel van 2 of 4 geraspte adroe op een liter of 5 gehele planten, en dit water gebruiken* (Sedoc 11). - Etym.: S. - Syn. van 1 kankergras*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal