Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

adret - (flink)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

adret [flink] {1698} < dial. frans adret, nevenvorm van adroit < à + droit < latijn directus [rechtstreeks, recht] (vgl. direct).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

adret, bn.: behendig; keurig, netjes. Wvl. adret ‘flink, wakker, alert, levendig’. Pic. adrè, Luiker W. adret, Fr. adroit ‘handig’ < volkslat. addîrêctus < Lat. dîrigere > dîrêctum. De tweede bet. ‘keurig’ stemt overeen met die van D. adrett.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

adret, alteret bn.: handig, bijdehand; vlug, levendig. Pic. adrè, Luiker W. adret, Fr. adroit ‘handig’ < volkslat. addirectus < Lat. dirigere > directum. Vgl. D. adrett ‘keurig, netjes’. Ghijsen noemt ook een zn. dim. adretje ‘iemand die heel precies en fatterig is, een pietje precies’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

adret (G, ZV), adrit (G), bn.: bijdehand, handig, levendig. Pic. adrè, Luiker W. adret, Fr. adroit 'handig' < volkslat. addirectus < Lat. dirigere > directum. Vgl. D. adrett 'keurig, netjes'. Afl. adrettigheid (G) 'behendigheid, vlugheid'.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

adret alert (West-Vlaanderen). « noordfra. heterofoon van fra. adroit ‘id.’. Fra. droite luidt immers in het Normandisch drēt.
De Bo 23, ALF crte 427.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

adret (DB), bn.: flink, wakker, alert, levendig, monter. Pic. adrè, Luiker W adret, Fr. adroit ‘handig’< volkslat. addîrêctus < Lat. dîrigere > directum’. Vgl. ook D. adrett ‘keurig, netjes’.

dret (DB), zn. o.: wakker kind, levendig kind, alert kind. Verkort < adret.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

adret: (dial. v.) “behendig, keurig, netjies”; Ndl. (blb. sedert end 17e eeu), ook dial., adret uit Fr. adroit uit Ll. addirectus, “goed (af)gerig”, “goed gedresseer”.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal