Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

adapter - (apparaat tussen stekker en stopcontact als de systemen niet passen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

adapteren ww. ‘aanpassen’
Vnnl. adapteren ‘aanvoegen, toepassen’ [1650; Hofman]; nnl. adapteeren ‘aanpassen’ [1847; Kramers].
Ontleend aan Frans adapter [1270] < Latijn adaptāre ‘passend maken’, gevormd uit → ad- ‘tot, bij’ en aptāre ‘bevestigen’, bij aptus ‘bevestigd, verbonden, passend’.
adaptatie zn. ‘aanpassing’. Vnnl. adaptatie ‘id.’ [1658; Meijer]. Ontleend aan Frans adaptation [1501]. ♦ adapter zn. ‘apparaatje om twee systemen op elkaar te laten passen’ [1950-75; pers.waarn.]. Ontleend aan Engels adapter, eerder adaptor [1808].

EWN: adapteren ww. ‘aanpassen’ (1650)
ANTEDATERING: adapteren tot een Parochie [1579; iWNT predikheer]
EWN: ♦ adapter zn. ‘apparaatje om twee systemen op elkaar te laten passen’ (1950-75)
ANTEDATERING: deze adapter (voor "Gramofoon-Radio") [1929; Centrum 4/5]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

adapter [apparaat tussen stekker en stopcontact als de systemen niet passen] {na 1950} < engels adapter [lett.: aanpasser], van to adapt [aanpassen] (vgl. adapteren).

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

adaptor [udeptuh] {aanpasser} apparaatje dat zorgt voor aansluiting van twee systemen op elkaar; meestal waarmee een toestel dat op laagspanning werkt ook op het lichtnet kan worden aangesloten.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

adapter zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = omvormer, omzetter; laadstekker, oplader; verloopstekker, koppelstukje. De oplader heeft het verkeerde koppelstukje voor mijn apparaat.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

adapter apparaat tussen stekker en stopcontact als de systemen niet passen 1979 [Wijnands&Ost] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal