Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

achtkant - in de uitdrukking achtkante boer

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

achtkant in de uitdrukking achtkante boer [iemand die steelt bij de een en brengt bij de ander] {1891} genoemd naar een beruchte dief uit het eind van de 17e eeuw, die stal van de rijken en gaf aan de armen. Zo stal hij in het oudemannenhuis in Den Haag een bed en een zak met guldens, die hij vervolgens schonk aan een arme weduwe. Men noemde een flinke vent vierkant, maar híȷ́ was dubbel vierkant, dus achtkant.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

achtkant ‘de achtkante behakking van een mast of steng’ -> Russisch † achkánt, achkánty ‘de achtkante behakking van een mast of steng’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal