Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

achterwacht - (consignatiedienst)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

achterwacht (oorspronkelijk militaire taal voor ‘achterste deel van de achterhoede’), iemand die buiten de kantooruren allerlei taken opknapt bij een huisarts: het aannemen van telefoons, het verrichten van boodschappen, het opvangen van noodgevallen enz. Vaak, maar niet altijd, is het de echtgenote van de huisarts die deze functie vervult.

Achterwachten hebben vaak geen enkele relevante opleiding, hooguit een cursus ehbo. Toch moeten ze kunnen beoordelen of iets ernstig is of niet: het pluis-niet-pluisgevoel noem ik dat. (Trouw, 18/12/92)
De achterwacht — zo heet de vrouw van de huisarts — is de schimmigste functie in de medische wereld. (Opzij, december 1992)
Als achterwacht van haar man, tot voor kort huisarts, ervoer ze de verschuiving aan den lijve. (Elsevier, 31/01/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal