Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

achterstallig - (niet op tijd betaald)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

achterstallig bn. ‘niet op tijd betaald’
Mnl. in de afleiding achterstellicheden (mv.) [1273; CG I, 249], maar ook al (met Hollandse -ft) afterstellich ‘achterstallig’ [1299; CG I, 2618].
Afleiding met → -ig van het gelijkbetekende bn. (met Hollandse -ft) afterstelle ‘achterstallig’ [1284; CG I, 785] bij het zn. achterstal ‘achterstand’, in van alre achterstelle ‘van alle achterstand’ (datief) [1281; CG I, 600]. Dit is gevormd uit → achter en het zn. mnl. stal ‘stand’, dat men kan vergelijken met Oudengels steall ‘stand, plaats’, zie → stal.
Mnd. achterstellich; ofri. efterstallig ‘achterstallig, achterblijvend’ bij het zn. efterstall ‘rest’ (nfri. efterstallich).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

achterstallig* [niet op tijd betaald] {achterstellicheden 1273, afterstellich 1299} van middelnederlands achterstal [achterstallige schuld], van achter + stal1 [stand].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

achterstallig bnw., laat-mnl. achterstallig. Afgeleid van achterstal ‘achterstand, achterstallige schuld’, bij mnl. achterstaen ‘achterstallig zijn’, achterstal, -stel ‘achterstallig’. Het woord stal (zie ald.) betekent in het mnl. ook ‘stand’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

achterstallig bnw., laat-mnl. achterstallich (gh). Afl. van het nu verouderde achterstal m. “achterstand, achterstallige schuld”; vgl mnl. (vooral noordndl.) achterstaen o.a. “achterstallig zijn” (mnd. achterstân “id.”), achterstal, achterstalling, achterstel, achterstellich (ook mnd.) “achterstallig”, achterstelle v. (later -stel o.) “achterstand”. Mnl. oudnndl. komt ook buiten samenst. stal m. “stand” voor, evenzoo owfri. stal, ags. steall m. Zie stal.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

achterstallig* niet op tijd betaald 1299 [CG I1 Holland graf. kans.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal