Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

accountant - (rekenkundige)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

accountant zn. ‘rekenkundige’
Nnl. accountant ‘id.’ [1897; Koenen].
Ontleend aan Engels accountant ‘id., boekhouder’ [1453; OED] < Oudfrans acontant, teg.deelw. van aconter ‘tellen, rekenen’, dat teruggaat op Latijn computāre ‘rekenen’, zie → computer, → contant.

EWN: accountant zn. ‘rekenkundige’ (1897)
ANTEDATERING: accountant 'controlerend boekhouder' [1864; AHB 4/10]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

accountant [rekeningkundige] {1901-1925} < engels accountant < oudfrans acontant, teg. deelw. van aconter [tellen, rekenen], van latijn ad [naar, tot] + computare [rekenen] (vgl. computer).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

akketaant, zn.: accountant. Dial. uitspraak van het Engelse woord.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

accountant (Engels accountant)

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

accountant [ukountunt] iemand die van accountancy zijn beroep heeft gemaakt. Veelal wordt een accountant van buiten het bedrijf ingehuurd. Dat moet bijv. om de jaarrekening te controleren en eventueel goed te keuren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

accountant ‘rekeningkundige’ -> Indonesisch akuntan ‘rekeningkundige’.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

accountant zn. Ontleend aan het Engels.
[fin.] = boekhoudkeurder, financieel controleur. Ik was boekhouder, nu ben ik boekhoudkeurder.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

accountant rekeningkundige 1897 [KOE] <Engels

J. Posthumus (1986), A Description of a Corpus of Anglicisms, Groningen

accountant, only in compounds [ɑ'kɔuntənt] Koenen 1940; Koenen 1974; Van Dale 1976. Compounds/derivations: accountantsbureau. Loanword from English accountant n.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal