Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

accent - (klemtoon; nadruk; tongval; diakritisch teken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

accent zn. ‘klemtoon; nadruk; tongval; diakritisch teken’
Mnl. accent ‘klemtoon’ [1240; Bern.]; vnnl. ‘diakritisch teken’ in letteren met accenten [1550; WNT Supp.], ‘uitspraakkenmerk’ [1721; WNT Supp.], een Amsterdamsch accent [1874; WNT Supp.].
Al dan niet via Frans accent ‘klemtoon’ [1220; Rey], ‘diakritisch teken’ [1549; Rey], ‘tongval’ [1680; Rey], ontleend aan Latijn accentus ‘klank, intonatie’, afleiding van het werkwoord accinere ‘erbij zingen, erbij klinken’, gevormd uit → ad- ‘bij’ en canere ‘zingen’ (zie ook → cantate), als leenvertaling van Grieks prosōidía, letterlijk ‘bij-lied’, bij ōidḗ ‘lied, gezang’, zie → ode.
Zowel het klassieke Grieks als het klassieke Latijn werden met een muzikaal accent gesproken (gebaseerd op verschil in toonhoogte), maar tegen het einde van de 3e eeuw waren beide dit verloren in ruil voor een klemtoonaccent. Daarmee werd ook Latijn accentus in de Middeleeuwen synoniem met ‘klemtoon’ of ‘nadruk’. De betekenis ‘diakritisch teken’ is in het Frans geïntroduceerd en door het Nederlands overgenomen. Hetzelfde geldt voor accent ‘tongval’, een begrip waarmee uitspraakvarianten werden gekarakteriseerd, waarbij het Parijse accent ook wel als Frans zonder accent werd betiteld.
accentueren ww. ‘benadrukken’. Vnnl. accentueren ‘(goed) uitspreken’ [1548; Mak 1959]. Eerder al mnl. accenten ‘van klemtonen voorzien’ [1240; Bern.]. Ontleend aan Frans accentuer [1511].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

accent [klemtoon] {1201-1250} < frans accent < latijn accentus, accantus [idem], van ad [bij, begeleidend] + cantus [gezang, klank, melodie]; het latijn accentus is een vertalende ontlening van grieks prosōidia [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

aksent s.nw.
1. Leesteken of spesiale teken wat aantoon dat 'n lettergreep of woord nadruk kry. 2. Manier van uitspreek wat 'n bepaalde lettergreep meer klem gee as ander. 3. Nadruk, beklemtoning in die algemeen. 4. Manier van uitspreek in 'n sekere streek, uitspraak wat afwyk van die erkende standaarduitspraak.
Uit Ndl. accent (al Mnl. in bet. 1, 2 en 3, 1721 in bet. 4).
Ndl. accent uit Fr. accent uit Latyn accentus, accantus, 'n samestelling van ad 'begeleidend' en cantus 'gesang, klank, melodie'. Latyn accantus is 'n leenvertaling van Grieks prosoidia met dieselfde bet.
D. Akzent, Eng. accent.

Thematische woordenboeken

J. van de Kamp en J. van der Wijk (2006), Koosjer Nederlands: Joodse woorden in de Nederlandse taal, Amsterdam; inclusief ongepubliceerde aanvullingen door de auteurs

accent, joods

— Nauwelijks echter had ik de tijd gehad om op te merken, dat het boveneinde der tafel was ingenomen door een dikke, wel doorvoede landman, wiens groen damasten vest met bloemen, ruim gesneden rok van bruine sergie en zilveren broeksknopen aantoonden, dat hij tot de vermogendsten van zijn stand behoorde; terwijl mijn overbuurman daar-en-tegen er vrij schraal en verlopen uitzag, - toen mijn oren gekweld werden door een piepend geschreeuw, van: ‘phijpedoppies! deursthekers! zoek thoch maar huit, khoopman! Hik ‘ep nog gheen ‘andgift ghehad vandhaag, zo waar zelje ghezond blijven!’ (JACOB VAN LENNEP, 1840)
— Elk spoor van een joods of een Amsterdams accent werd door mijn moeder meteen de kop in gedrukt. ‘Het is niet “taavull”, het woord is tafel, tafel!’ (A.A. DE VRIES, 1991)
— Want op gevaar af stamgenooten te ontstemmen, die dat niet willen hooren, moet ik ronduit erkennen, dat de Jood anders is dan de niet-Jood naar zijn vitale eigenschappen. Hij heeft niet alleen een anderen neus, ander haar en een ander figuur, maar ook een ander temperament, een ander rhytme, een anderen humor en een anderen smaak. Bedrieg ik mij niet, dan houdt hij minder van alkohol en van tabak, meer van zoetigheid en zuur dan zijn “Germaansche” medeburger. Hij permitteert zich zelfs er andere ziekten op na te houden of althans dezelfde ziekten in andere percentages. Hij heeft andere genoegens in lectuur, sport en kunst dan anderen. En als hij voor den rechter verschijnt - of aan den arm van het gerecht weet te ontsnappen - dan blijkt het ook al weer, tenminste percentsgewijs, wegens andere misdrijven te zijn dan de meerderheid waartusschen hij woont. Hij gebruikt ook - tenzij hij ere uitdrukkelijk op heeft gelet - in Nederland andere voorzetsels dan het “algemeen beschaafd” en hij is aan stem en uitspraak te herkennen. Hij toont zijn emoties gemakkelijker, of misschien moet ik zeggen: hij kan ze moeilijker verbergen dan de Westerling. Zijn gebaar is drukker, zijn stem voller van klank en hartstocht; als hij niet bijzonder oppast werkt hij daarom op meer “nuchtere” menschen aanstellerig en vermoeiend. (PH. KOHNSTAMM, Z.J.(1934))
— het Amsterdamse accent, dat in mijn jeugd en jonge jaren niet-joden en joden zo van elkaar afscheidde. Want in de niet-joodse volksbuurten liep je spitsroeden over de punten van medeklinkers en in de joodse volksbuurten gleed je uit over een dik-zacht stromend klinker-taaltje. Niet-joodse Amsterdammers maakten gretig gebruik van medeklinkers, verkortten de klinkers, maakten van een z een s, van de v een f en sloegen iedere medeklinker in als een spijker. Mijn Amsterdammers van de jodenbuurt en zij die nog dicht daarbij waren geboren, maakten van een s een z, van een t een d, verlengden de klinkers en ontmanden de medeklinkers. Mijn broer Jo en ik hadden ons eens op een vakantie in een Schevenings pension getrakteerd. Daar troffen we op een middag een Amsterdams-joodse dame, die overliep van tevredenheid over het eten in haar joods hotel. ‘En het dessert! Meneer, dreuve en boless.’ Want de eind-s werd als s uitgesproken, maar vijf maal verlengd. Aan deze fonetische, bijna polaire tegenstelling lag zeer zeker een psychologisch verschil ten grondslag. Wat de joden betreft, bleef deze uitspraak tot Amsterdam beperkt. De joden uit de ‘mediene’ spraken als hun medeprovincialen. In mijn vaders familie bemerkte ik een joods accent, al waren ze materieel aan de jodenbuurt ontgroeid. In mijn moeders familie, die uit Gelderland stamde, was er geen greintje te bemerken van een accent, dat afweek van het algemeen beschaafd Nederlands. (SIEGFRIED E. VAN PRAAG, 1985)

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

accent (Latijn accentus)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Accent (< Lat. accentus). In wiskundig tekenschrift wordt het accentteken ʹ (acutus, accent aigu) eenmaal of in herhaling bij wijze van index gebruikt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

accent ‘klemtoon’ -> Indonesisch aksén ‘klemtoon’; Papiaments aksènt ‘klemtoon’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

accent klemtoon 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal