Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

abstinent - (iemand die zich vrijwillig onthoudt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

abstinentie zn. ‘vrijwillige onthouding’
Mnl. abstinentie ‘onthouding, vasten’ [1265-70; CG II, Lut.K].
Ontleend aan Latijn abstinentia ‘onthouding, vasten’, bij de Latijnse werkwoorden abstinēre ‘afhouden’ en sē abstinēre ‘op afstand blijven, zich weerhouden, vasten’, gevormd uit → ab- ‘weg van’ en tenēre ‘houden’, zie → tenor.
abstinent bn. ‘zich vrijwillig onthoudend van alcohol’. Mnl. abstinent ‘id.’ [1300-50; MNHWS]. Ontleend aan Frans abstinent ‘id.’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

abstinent [iemand die zich vrijwillig onthoudt] {1301-1350} < frans abstinent < latijn abstinens (2e nv. abstinentis), teg. deelw. van abstinēre [op een afstand houden, zich onthouden] (vgl. abstineren).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

abstinent iemand die zich vrijwillig onthoudt 1301-1350 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal