Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanvangen - (beginnen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

aanvangen ww. ‘beginnen’
Onl. anauinged (pret. 2e pers. mv.) ‘(jullie) begonnen’ [ca. 1100; Will.]; mnl. anevaen, aanvanghen, zowel met concrete betekenis ‘aanvaarden, in bezit nemen’ [1201-1225; CG II, Floyr.], als overdrachtelijk ‘ter hand nemen, ondernemen, beginnen’ [1285; CG II, Rijmb.].
Gevormd uit → aan en → vangen.
Mnd. an(e)vangen, oorspr. concreet ‘aanvatten’, en daaruit ontstaan: ‘aanvallen’, ‘in bezit nemen’ (door symbolisch de hand erop te leggen), ‘een aanklacht indienen’ en overdrachtelijk ‘een handeling aanvatten’ > ‘iets beginnen’; ohd. anafāhan ‘ondernemen, op zich nemen’ en ‘beginnen’ [ca. 1020]; ofri. onfā (nfri. oanfange (van werk; begjinne in de andere betekenis)); oe. onfōn ‘ontvangen’, maar ook ‘beginnen’.
De betekenis ‘beginnen’ is mogelijk versterkt onder invloed van het Duits.
aanvang zn. ‘begin’. Mnl. ane vanc ‘inbezitneming’ [1289; CG I, 1343], anvanc ‘begin’ [1393-1402; MNW-R].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aanvangen* [beginnen] {anevaen 1285, aenvangen [in bezit nemen, beginnen] 1350} oudhoogduits anafahan; van aan + vangen; de betekenis ‘beginnen’ heeft zich sterk verbreid door hd. invloed.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aanvangen ww., mnl. aenvangen, jongere vorm naast aenvaen, ‘aangrijpen, in bezit nemen, ondernemen, beginnen’, vgl. ohd. anafāhan. In het nnl. is de betekenis van ‘beginnen’ de voornaamste geworden, ook onder invloed van nhd. anfangen. — Zie verder: aan en vangen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aanvangen ww., mnl. aenvaen, aenvanghen “aangrijpen, aanvaarden, ondernemen, beginnen”. Ohd. anafâhan (nhd. anfangen) beteekent reeds “beginnen”. In deze bet. heeft aanvangen zich in de ndl. schrijftaal zeer uitgebreid onder invloed van hd. anfangen. Vgl. voor de bet. bij beginnen, voor den vorm bij vangen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aanvangen* beginnen 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal