Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanspreken - (het woord tot iemand richten)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

aanspreken

Het werkwoord aanspreken wordt tegenwoordig gebruikt in een betekenis die het vroeger niet had en die kennelijk aan het Duits is ontleend. Men zegt bijvoorbeeld: wat je daar zegt spreekt mij helemaal niet aan voor: daar kan ik niet inkomen, dat zegt mij niets. Het Duitse woordenboek geeft als voorbeeld: dieses Gemälde spricht mich an voor: bevalt mij, doet mij aangenaam aan. In deze betekenis is aanspreken duidelijk een germanisme.

Iemand aanspreken is natuurlijk: het woord tot iemand richten; iemand over iets aanspreken is: iemand om verklaring van zijn woorden vragen, zelfs: iemand berispen. En tenslotte kan men ook zijn spaarpot aanspreken of een fles wijn. Dan is aanspreken: een begin maken met het gebruiken van iets.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aanspreken ‘bevallen’ (Duits ansprechen)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

aanspreken (iemand -)

Iemand aanspreken, gezegd van gevoelsuitingen, inzonderheid op het gebied van muziek of dichtkunst (‘bij de hoorder of waarnemer weerklank of toegang vinden’) werd reeds in de 19e eeuw als een germanisme (D. ‘ansprechen’) afgekeurd. Eigenaardig genoeg reppen de meeste puristen er echter met geen woord over. Heel wat woordenboeken hebben het pas in de jaren ’50 opgenomen. Koenen en Verschueren beschouwen het ook nu nog als een germanisme. Van Dale en Weijnen vinden echter dat het in de jaren ’70 ingeburgerd is.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal