Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanloper - (man die aanloopt)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

aan’loper (de, -s), man die aanloopt*. Nog geen twee uur later hoorde ze dat Marietje, haar dochter, zwanger was. Van wie, dat wist ze nog niet. Het zou wel weer zo’n kind zijn van die godvervloekte aanloper (Cairo 1976: 81). - Etym.: In de 17e eeuw betekende a. in N ‘aanrander’, ‘overvaller’ (Van Sterkenburg).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal