Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aanlopen - (een haven binnenkomen en aanleggen; door verhitting verkleuren)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

aan’lopen (liep aan, is aangelopen), (i.h.b.:) onregelmatig bij een bepaalde vrouw op bezoek komen ten behoeve van sexueel verkeer. Zus Lina had een man die bij d’r kwam ‘aanlopen’, zoals dat heette (Cairo 1976: 31). - Opm.: Het betreft hier de zg. ‘bezoeksrelatie’, die al in de slaventijd gebruikelijk was: zie Enc.Sur. 67, 137.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aanlopen ‘een haven binnenkomen en aanleggen; door verhitting verkleuren’ -> Deens anløbe ‘een haven binnenkomen en aanleggen; door middel van kleuren de hardheid van staal aangeven’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors anløpe ‘een haven binnenkomen en aanleggen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds anlöpa ‘een haven binnenkomen en aanleggen’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal