Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aangaande - (betreffende)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Aangaande (Mnl. vorm aengaende) is oorspronkelijk het voltooid deelwoord van het Middelnederlandse werkwoord aangaan = betreffen.

In de etymologiebank worden als oudste vindplaatsen 1370-78, 1854-55 en 1297 genoemd, er is echter volgens het internet een oudere attestatie:

Het landrecht van Thorn, oorspronkelijk 1180, van een afschrift uit 1295: "off yemantz den andern mitt schendtlicken oneerlicken worden aengaenden den lyff off der eheren berucht, int openbaer beriep, seggende, datt hy datt bybrengen ende bewysen will, ende doch dess niett doen en kon, so is hy schuldigh te versueck der partyen die worden gerichtelick te widder roepen", plus meer voorkomens. Zie http://de-wit.net/bronnen/histo/landrecht_thorn_1180.htm voor het document.

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

aangaande vz. ‘betreffende’
Mnl. anghaendh(e) ‘betreffende, rakende’ [1370-78; MNHWS] zoals in Aengaende ons waetermuelene ‘betreffende onze watermolen’ [16e eeuw; CG I, 2365 (latere toevoeging)]; als bn. vnnl. Den goeden religiosen was hi aengaende als een vader ‘voorkomend, vriendelijk voor iemand’ [1530; MNW].
Teg.deelw. van aangaan, gevormd uit → aan en → gaan. Mogelijk is het een vertaling van Frans touchant, het teg.deelw. van toucher ‘aanraken’.
Uit het Nederlands of Nederduits is het woord overgenomen in Zweeds, Deens angående ‘betreffende’.

EWN: aangaande vz. 'betreffende' (1370-78)
ANTEDATERING: der stede aengaende 'de stad betreffende' [1333; iMNW lantgesceit]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aangaande* [betreffende] {aengaende 1297} deelw. van middelnederlands aengaen; vgl. voor de vorm rakende, betreffende.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aangaande voorz., mnl. aengaende, eig. deelw. van aangaan ‘betreffen’, ook nde. angaaende. Voor de vorming vgl. rakende, betreffende, nopens en fra. touchant.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aangaande voorz., mnl. aengaende. Ospr. deelw. van aangaan “betreffen”, vgl. de voorzz. rakende, betreffende, nopens (zie aldaar), fr. touchant, vooral de. angaaende “aangaande”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aangaande voorz., Mnl. aengaende, eig. tegenw.deelw. van aengaen = betreffen.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aangaande ‘voorzetsel’ (bet. van Frans touchant)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aangaande ‘betreffende’ -> Deens angående ‘betreffende’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds angående ‘betreffende’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aangaande* voorzetsel 1854-1855 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal