Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aandrijven - (drijvend en onbestuurd naderen, aanzetten tot)

Thematische woordenboeken

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

aandrijven, aandrijving

Volgens Van Dale is aandrijven in de betekenis ‘op mechanische wijze in beweging brengen’ een germanisme (D. ‘antreiben’). Als voorbeeld geeft hij: ‘een door een elektromotor aangedreven installatie’. Ook aandrijving in ‘elektrische aandrijving’ wordt als een germanisme beschouwd (D. ‘Antrieb’). Van Dale zegt echter niet door welke woorden deze germanismen zouden moeten worden vervangen. De samenstellingen met aandrijf-, zoals -as, -ketting, -motor, -schijf, -techniek, beschouwt hij als correct Nederlands. Sommige puristen stellen drijven voor om aandrijven te vervangen maar drijving voor aandrijving durven ze niet aan. Het hoeft ook niet want Van Dale staat nu met zijn strenge oordeel helemaal alleen. Al de andere woordenboeken keuren aandrijven en aandrijving goed: die woorden zijn niet alleen ingeburgerd maar ook onvervangbaar. Dit blijkt al uit de samenstellingen met aandrijf-. Het substantief schijnt vaker gebruikt te worden dan het adjectief:

‘Wanneer de motor voorin wordt gemonteerd en de aandrijving vindt plaats op de voorwielen, betekent dat, dat er geen aandrijfmechanisme meer naar achteren hoeft te lopen.’ (Elseviers Magazine, 25.11.72, p. 23)

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2207. Op een stroowisch komen aandrijven,

d.w.z. zonder fortuin, als gelukzoeker ergens aankomen; zich met niets, kaal en berooid, ergens vestigen; ook ‘op een stroobos komen aandrijven’. In de 16de en 17de eeuw was de uitdr. zeer gewoon; vgl. o.a. Trou m. Bl. 152; Sart. II, 1, 92; Brederoo, Sp. Brab. vs. 1014; Coster, 177. vs. 824; Winschooten, 300; verder Bed. Huish. 26; Langendijk I, 466: Een vreemde vrouw, aan onze kusten als met een stroowis aangespoeld; Tuinman I, 152; V. Janus, 41: Op een stroowisch, voor den wind, komen aandrijven; Halma, 622: Hij is hier op een stroowisch komen drijven, hij was maar een arme bloed toen hij eerst hier aankwam; Adagia, 27: gij sijt hier comen aengedreven op eenen stroijwis, de lapide emptus huc appulisti; Sewel, 766; C. Wildsch. III, 25; Harreb. II, 247; Schuermans, 694; Antw. Idiot. 1208 en Boekenoogen, 1027, die herinnert aan de Angelsaksische sage van koning Scéaf, die als kind komt aandrijven in een schip zonder riemen, terwijl zijn hoofd rustte op een schoof van korenaren, een teeken dat de knaap uit het doodenrijk kwam. Ook thans nog bestaat het geloof, dat heksen bosjes stroo als vaartuig gebruiken; zie W. Dijkstra, Uit Frieslands Volksleven II, 234. In Zuid-Nederland bezigt men: op een klomp en een' schoe; met een kloef en een schoe; met een sluffer en een schoe ergens aankomen (Rutten, 115 b; De Bo, 535 a; 1040 a); ook op 'nen holleblok en 'nen sloef (Antw, Idiot. 567); in het fri. en elders: op in skoe en in slof, welke uitdr. alle op armoede wijzen; Twente: op ne sloffe en nen schoo ankommen; Goeree en Overflakke: op een schoen en een slof komen aanwaaien; Wander IV, 921: auf einem Strowisch antreiben, aüsserst klein anfangen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal