Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

aandacht - (het opzettelijk aan of over iets denken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

aandacht zn. ‘het opzettelijk aan of over iets denken’
Mnl. aendachte ‘het denken; aandacht; godvruchtige overpeinzing’ [ca. 1430; MNHWS].
Evenals Middelnederduits andacht ‘aandacht, bedoeling, herinnering’ en Fries oandacht als woord van de mystiek overgenomen uit Middelhoogduits andaht ‘aandacht’ < Oudhoogduits anadāht, bij het werkwoord ana-denken ‘bemerken, opmerken’, zie → denken.
aandachtig bn. ‘oplettend’. Mnl. aendachtich ‘geconcentreerd’ [ca. 1430; MNHWS]. Gevormd uit aandacht of ook uit Duits andächtig.

EWN: aandacht zn. ‘het opzettelijk aan of over iets denken’ (ca. 1430)
ANTEDATERING: al hore aendacht 'al haar toewijding' [1340-60; MNW-P]
EWN: ♦ aandachtig bn. ‘oplettend’ (ca. 1430)
ANTEDATERING: iegen Gode andegteg 'eerbiedig tegenover God' [1290-1310; MNW-P]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

aandacht [belangstelling] {aendacht(e) [bedoeling, opzet] ca. 1430; als ‘opmerkzaamheid’ 1487} < middelhoogduits andāht (hoogduits Andacht).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

aandacht znw. v., mnl. aendachte ‘gedachte aan iets, aandacht, godvruchtige overpeinzing’ — < mhd. andâht ‘aandacht’, vgl. ook mnd. andacht ‘aandacht, plan, herinnering.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

aandacht znw. De mnl. vorm aendachte v. “gedachte aan iets, aandacht, godvruchtige overpeinzing” (15e eeuw) heeft een onoorspr. -e. Gevormd naar mhd. andâht v. m. “id.” (reeds ohd. anadâht v. “aandacht”) (nhd. andacht); ook mnd. andacht v. “gedachte aan, aandacht, plan, herinnering”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

aandacht v., Mnl. aendachte + Ohd. anadacht (Mhd. andaht, Nhd. andacht), overal met de dubbele bet. van oplettendheid en godvruchtigheid; verbaalabstr. van aandenken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

aandag tw.
Uitroep waarmee iemand versoek word om op te let.
Uit Ndl., gewestelik in Vlaamse geselstaal in die vorm aandacht 'let op, gee aandag'.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

aandag: 1. “oplettendheid”; 2. “vroom gebed/oorpeinsing”; Ndl. aandacht, die l7e- en 18e-eeuse Ndl. gebr. in bet. 2. kon, wsk., met of sonder Hd. verst., vir die behoud in Afr. verantw. gewees het.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

aandacht ‘godsdienstige overpeinzing’ (Duits Andacht)

A. Moortgat (1925), Germanismen in het Nederlandsch, Gent

aandacht. ― “In de 17e en nog tot in de 18e eeuw gold aandacht ook, even als nog heden in ’t Hoogduitsch, voor overdenking of bepeinzing van godsdienstige onderwerpen, godvruchtige overpeinzing, vroom gebed” (Wdb. d. Ndl. Taal, I, kol. 91). Thans zegt men, al naar ’t verband, devotie, meditatie, godvruchtige overpeinzing, godsdienstige stemming, vroomheid, godsvrucht, (vroom)gebed, eerbied, ingetogenheid en, naar Zuidnederlandsch spraakgebruik, ook ingekeerdheid.
|| O, welk een kerkkoor, waar alle harten van dit besef vol zijn! Welk een geur van godsvrucht moet daar hangen! Welk een gloed van aandacht er branden! J. A. S. van Schaik in St. Greg.- Bl. 37, 12, 207. De plechtige stilte die heerschte over heel de omgeving en hare eigen moederlijke gelukstemming zoowel als de ingetogen ernst waarmede de volksvrouw het heil van haar kind bij de goedgezinde nikkers inriep, zetten de hertogin aan en noopten haar onbewust de heidensche aandacht na te doen, Stijn Streuvels, Genoveva van Brabant, I, 61. Zij plaatste zich vóór het houtene kruisbeeld en zat er in vrome aandacht verslonden, II, 146. “Ik hoor … het misbaar, waarmee de heeren Gods tegenwoordigheid schenden, … de aandacht verschrikkend door luide gesprekken en onderhandsch gevloek”, Adriaan van Oordt, Warhold, I, 63. Nauwelijks tusschen de menigte doorgedrongen, ontwaarde Warhold over hun gelaat één aandacht, die hen sprakeloos maakte, en hij voelde een onrust in zich woelen, een wolkig voorgevoel van wat gebeuren zou, toen de proost der Sint Maartenkerk in het midden der geestelijken staande uit naam des bisschops sprak enz., 157. Hij deed hem rusten en daarna haakte Warhold zwijgend zijn mantel af en zeeg neer voor een Mariabeeld, de handen in een angstigen druk tegen de borst en de woorden gingen uit: “Wees gegroet, Maria, vol van genade”, een langdurige ommegang van gebeden, waarbij ’t lijf in aandacht waakte, 171. En de zangen geëindigd, ging een ieder aan zijn aandacht en aan den arbeid van den komenden dag, 175. Dan, de ziel gewogen op een volhardende aandacht, de gedachten geronnen tot den eenen wensch, om door Haar verhoord te worden, zag hij … de Heilige Maria … verschijnen te midden van een goudborduursel van wolken, dat haar haren glanzen deed, II, 43-44 (de ziel gewogen … riekt fel naar ’t germanisme: waarom niet de ziel in een volhardende meditatie, de ziel verslonden in godvruchtige overpeinzing of de ziel aanhoudend in godvruchtige overweging?). Telkens liep hij versterkt uit de kerk, om de ondergane verreining in aandacht en gebeden te bestendigen, 49. Maar … Kostijn … liet … zijn woede den vrijen loop, uitschreeuwend, dat hij … den ganschen dag in gebeden en aandacht zijn lijf daarbij aan luiheid prijs gaf, 68.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

aandacht ‘belangstelling’ -> Fries oandacht ‘belangstelling’; Zweeds andakt ‘verzoek of aanvraag tot een god(heid)’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands andacht ‘belangstelling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

aandacht belangstelling 1430 [HWS] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal