Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zwanenzang - (het laatste lied van een dichter)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zwanenzang* [het laatste lied van een dichter] {1672} berust op het geloof dat zwanen zo hun dood aankondigen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

swanesang s.nw.
1. Sang wat 'n swaan volgens volksgeloof kort voor sy dood sing. 2. Laaste werk, bv. 'n gedig of komposisie, van 'n kunstenaar voor sy dood.
Uit Ndl. zwanezang (1671 in bet. 1, 1672 in bet. 2). Daar bestaan 'n eeue-oue bygeloof dat swane net voor hulle dood besonder mooi sing. Volgens die Griekse volksgeloof kondig die swaan wat aan Apollo en Venus gewy is, sy naderende dood met 'n lied aan. Plato en Aristoteles verwys al daarna, en Shakespeare noem dit ook. Daar is ook 'n ander bygeloof dat die siele van dooies in swane beliggaam word, mntl. omdat ook geglo is dat swane die gestorwenes na hulle laaste rusplek vergesel.
D. Schwanengesang (16de eeu), Eng. swan-song.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zwanenzang* het laatste lied van een dichter 1630 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2681. Zwanezang.

Hieronder verstaat men het laatste lied eens dichters (Huygens, Zeestraet, 944), de laatste compositie van een toonkunstenaar, iemands laatste redevoeringVgl. Opr. Haarl. Cour. 19 Nov. 1924, 4de bl. kol. 1: Men kan zeggen, dat dit (redevoering) inderdaad de ‘zwanenzang’ is van den genialen staatsman. Straks treedt hij uit het openbare leven.. Deze benaming berust op het volksgeloof, dat de zwaan zingende zijn naderenden dood aankondigt. Maerlant vertelt dit o.a. in zijn Nat. Bl. III, 270:

 Natuerlike pleght hi (de zwaan) dit
 Dat hi vor sine doot onlanghe
 Hem merghet (verlustigt) met soeten sanghe.

Hetzelfde vertelt Ruusbroec 2, 213: Alse hi sterven sal, so singt hi; Hadewijch, I, 147; Barth. 419 b; enz. Men heeft hier te denken aan den cycnus musicus, den hoelzwaan, wiens ‘letztes Aufröcheln klangvoll ist wie jeder Ton, welchen er von sich gibt’ (Brehm, Tierleben 1879, II, 3 S. 446). Reeds Aeschylus vergelijkt in zijn Agamemnon, 1145 de laatste woorden van Kassandra met een zwanenzang:

η δε τοι κυκνου δικην
 τον υστατον μελψασα θalpha;νασιμον γοον

Cicero (de orat. 3, 2, 6) zegt sprekende van L. Crassus, die kort nadat hij een rede gehouden had, stierf: illa tanquam cycnea fuit divini hominis vox. Zie Sart. I, 2,98; Huygens VIII, 3; Vondel, Maeghden, 1286 vlgg.; Brederoo, II, 301, vs. 1757: Ghelijck de wilde witte zwaan doet verstaan hare doot met droevich zinghen; Verdam in de Handelingen v.d. Maatschappij der Nederl. Ltk. te Leiden 1897/98, bl. 77; Büchmann, 338; Müllenhoff, Deutsche Altertumskunde, 2 vlgg.; Otto, 105; Journal 28; Grimm IX, 2214 en Sloet, De dieren in het Germ. Volksgeloof, bl. 290 vlgg.; fr. le chant du cygne; hd. der Schwanengesang, das Schwanenlied; eng. swansong; dying strains.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut