Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zwaag - (weiland)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zwaag znw. v. ‘weilandʼ (in plaatsnamen), < fri. swaech, ofri. swāg ‘weiland, weidestreekʼ, vgl. ohd. sweiga ‘veeweideʼ; eigenlijk betekent het woord ‘de omheining om de weideplaatsʼ, vgl. on. sveigr m. ‘buigzame tak; vrouwenhoofddoekʼ en bnw. ‘buigzaamʼ bij het ww. nzw. dial. swīga (sterk) ‘zich buigen, meegevenʼ, waarnaast abl. on. sveigja ‘draaien, buigenʼ en nzw. nnoorw. dial. svĭga ‘zich buigenʼ. — lit. svaĩkti ‘duizelig wordenʼ, svaiginĕti ‘rondzwaaienʼ (Wood MLN 16,1901,21).

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

zwaag 'weiland, land waar vee gehouden wordt'
Ofri. swâg, fri. sweach, os. swêga 'runderkudde, weide', mhd. sweige, sweig 'troep vee, veehouderij en het daarbij behorende weiland', ohd. sweiga 'koestal, melkerij en het daarbij behorende weiland'. Wordt wel verbonden met ono. sveigr 'buigzame tak' en zou oorspronkelijk slaan op de omheining van de weide, later overgedragen op de weide zelf1. Oudste attestaties in plaatsnamen: 918-948 kopie 11e eeuw Suegsna (→ †Zwesen), 13e eeuw Bennigaswach (→ Boornzwaag), 1280 Suechusen (→ Sweikhuizen), 1315 Suagh (→ Beetsterzwaag), 1315 Urasuagh (→ Kortezwaag) en 1315 Utresuagh (→ Langezwaag). Als soortnaam: 1465 inden zwaech, 1544 in die swage. In Friesland worden namen op zwaag meestal gecombineerd met het voorzetsel op.
Lit. 1De Vries 1971 873.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal