|
zulthoofdM. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboekzulthoofd: (jeugdtaal, verouderd) burgerlijk iemand; een vertegenwoordiger van het establishment. Zulthoofd werd destijds gelanceerd door het jeugdblad Hitweek. Zie ook nog zultkop* dat meer op ‘een domoor’ slaat. Het woord verzulting betekende ooit ‘verburgerlijking’. ‘We hebben dat bleke zulthoofd ook te pakken gehad,’ riep hij fier. (Miep Diekmann, Dan ben je nergens meer, 1975) Ach… een zulthoofd op Binnenland. (Het Parool, 29/10/1988) Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW. |
