Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zuil - (pilaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

zuil zn. ‘pilaar’
Onl. sūl ‘pilaar’, als glossen sule, suli (verbogen vormen) [10e eeuw; W.Ps.] in marmorine sule ‘marmeren zuilen’ [ca. 1100; Will.]; mnl. suyl(e) in en hoge marmeren suyle [1477; Teuth.], Eynen suyll van golde ‘een zuil van goud’ [1450-1500; MNW].
Os. sūl (mnd. sule); ohd. sūl (nhd. Säule); ofri. sēle; oe. sȳl; on. súl(a) (nzw. dial. sul); < pgm. *sūli-, *sūl(j)ō(n)-. Daarnaast ablautend got. sauls ‘zuil’ < pgm. *saula-.
Verdere herkomst onzeker. Misschien met vereenvoudiging van de anlaut verwant met de onder → xylofoon besproken wortel pie. *ḱseul-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

zuil* [pilaar] {oudnederlands sūl 901-1000, middelnederlands su(e)le, suyl(e)} oudsaksisch, oudhoogduits sūl, oudfries sele, oudengels sȳl, oudnoors súl(a), ablautend met gotisch sauls; direct verwant met ablautend zulle2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

zuil znw. v., mnl. sûle, suul v., suul m., onfrank. sūl, os. sūl (vgl. Irminsūl), ohd. sūl (nhd. säule), ofri. sēle, oe. sȳl, on. sūl, sūla v. ‘zuilʼ.

De etymologie is onzeker. — Vaak verbindt men met ohd. swelli o. ‘drempelʼ (nhd. schwelle) on. svill, syll v. ‘grondbalkʼ, waarnaast abl. mnl. sulle, sille v., mnd. sulle m., oe. syll, sylle v. (ne. sill) ‘drempelʼ te vergelijken met gr. selma (< *su̯elmṇ) ‘balk, roeibankʼ; naast de wt. *su̯el stond ook *sel, vgl. os. selmo, oe. sealma ‘bedʼ (eig. het houten bedraam), lit. suolas ‘bankʼ, sìle ‘varkenstrogʼ; zo reeds Persson Beiträge 1912, 381 vlgg. maar ook nog IEW 898-899). — 2. Of men verbindt met gr. húlē ‘hout, bosʼ of zelfs gr. ksúlon ‘hout, balkʼ, lit. šùlas ‘pilaarʼ (Hellquist 1114).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

zuil znw., mnl. sûle, suul v., suul m. = onfr. ohd. sûl (nhd. säule), os. sûl (in Irmin-sûl), mnd. sûl, sûle, ofri. sêle, ags. sŷl, on. sûl, sûla v. “zuil”, germ. *sûli-, *sûl(i)ô(n)-. Met ablaut got. sauls v. “id.”. De combinatie met gr. xúlon “hout” of hū́lē “id., bosch” is niet wsch., aangezien het bestaan van synonieme ablautsvormen hiervan met ou, zooals got. sauls zou postuleeren, zeer dubieus is. Eer met got. qa-sū̆ljan “grondvesten” bij ohd. swelli o. “drempel” enz. (zie zool). Ook oi. sváru- “lang stuk hout, offerzuil” kan hierbij hooren.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

zuil. Men heeft, behalve ohd. swelli, ook germ. woorden zonder w gecombineerd als os. sëlmo, ags. sëlma m. ‘bed’, ofri. bed-sëlma m. ‘ledikant’. Persson Beitr. 381 vlgg. verenigt al deze vormen met en zonder w onder een basis *sewel-, waartoe hij ook lat. solium ‘zetel’ (dit echter eerder bij sedeo ‘ik zit’, zie zitten), lit. súolas ‘bank’ en nog andere woorden brengt, o.a. gr. sélma ‘balk, bank’ (met sw-). Een en ander niet onmogelijk, maar nogal gewaagd: het schijnt in ieder geval het veiligst os. sëlmo enz. van de hier besproken germ. woorden en ohd. swelli gescheiden te houden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

zuil v., Mnl. sule, suul, Onfra., Os. sûl + Ohd. id. (Mhd. id., Nhd. säule), Ags. sýl, Ofri. séle, On. súl, súla (dial. Zw. sul, Oudde. sule), met abl. Go. sauls: van denz. wortel als zulle.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zuil ‘pilaar’ -> Fries suil ‘pilaar’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zuil* pilaar 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut