Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

zozo - (bijwoord van hoedanigheid: matig)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

so-so bw., tw.
Redelik, nie te goed nie, of uitroep van verbasing of instemming.
Uit Eng. so-so (1530 as bw., 1593 as tw.) of Ndl. zozo (1838 as bw. in die vorm zoozoo, 1909 as tw. in die vorm zoo-zoo).
D. soso.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

zozo ‘bijwoord van hoedanigheid: matig’ -> Negerhollands soso ‘bijwoord van hoedanigheid: matig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

zozo* bijwoord van hoedanigheid: matig 1839 [WNT zoo II]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal